Al vroeg in het voorjaar worden de stoepen en straten versierd met kleine, wit bloeiende plantjes. Op dit moment bloeit er onder andere aan de rand van de akker een wit bloemetje uit de kruisbloemenfamilie. Het plantje heet Zandraket (Arabidopsis thaliana). (foto 1)
De meeste tuinliefhebbers zien het als onkruid en verwijderen de plantjes. Dan doe je deze, verder onschadelijke, interessante vroegbloeier, zwaar te kort.
Wij beschouwen het, zoals meer van de zeer algemene soorten in de tuin, als gewildgroei. Een mooie benaming voor een grote groep niet al te populaire inheemse flora verzonnen door ecoloog Ton Denters.
Zandraket is te vinden op open en zonnige, droge tot matig vochtige, matig voedselrijke, vaak omgewerkte zandgrond op stenige plaatsen. Hier is dat dus aan de rand van ons akkertje maar bij mij in de Reinaldstraat vind je ze zelfs als voegenvuller tussen de tegels.
Het is een echte pioniersplant die verdwijnt zodra de andere vegetatie zich sluit. Uit de vertakte penwortel komen eind maart één of meer tere, recht opgaande, al of niet vertakte, weinig bebladerde, harige stengels. De sterk behaarde wortelrozetten (foto 2) worden al in het najaar aangemaakt. De bloemen staan in zeer langgerekte trossen. (foto 3) Het is een éénjarige soort met een snelle cyclus. Zo wordt er voornamelijk gebruik gemaakt van zelfbestuiving. Zaad is dan gegarandeerd en wordt in overvloed aangemaakt en het blijft ook nog eens 5 jaar lang kiemkrachtig. De zaaddoosjes (foto 4) worden hier hauwen genoemd. Die springen open en laten de vele zaden gewoon vallen.
Door die zelfbestuiving en snelle ontwikkeling van zaad naar plant is de soort voor de wetenschap erg belangrijk want op deze manier worden namelijk eigenschappen zonder wijzigingen aan het nageslacht doorgegeven. Zo is het de eerste plantensoort geworden waarvan het hele DNA is vastgesteld. En hierdoor is er door veel onderzoekers moleculairbiologisch en genetisch onderzoek aan verricht. Zo lees ik dat dit onderzoek heeft geleid tot detailkennis van vrijwel alle moleculaire processen in planten, zoals bloemontwikkeling, de werking van plantenhormonen en resistentie tegen ziekten.
Een voorbeeld van het genetisch experimenteren met dit plantje is dat het zo gemodificeerd is, dat ze geschikt zijn gemaakt om landmijnen mee op te sporen. Wanneer er namelijk uit de bodem stikstofoxiden ontsnappen kleuren de bladeren van groen naar rood. Uit veel mijnen lekt deze stof. In 2005 werd dit verschijnsel in samenwerking met het Deense leger op een proefveld uitgetest met drie verschillende types landmijnen. En dat bleek succesvol. Het onderzoek is inmiddels uitgebreid naar Kroatische landpercelen. Zo zie je maar weer wat voor een verhaal er schuilgaat achter een ordinair “onkruidje”. Natuur blijft je verbazen.
Cor van Hoften