'PREEK VAN DE WEEK'
Uw vitamientje voor de geest
 23 november 2018
 
Voor onze website: KLIK HIER
Stuur ons een e-mail: KLIK HIER
Christus, Koning van het heelal - B-jaar 2018.
"Het koningschap van Christus"
 
Dan. 7,13-14  -  Apok. 1,5-8  -  Joh. 18,33b-37
"Laat zijn koningschap in jouw hart beginnen"
Ik heb je mijn Zoon gegeven
– zegt God –
en jullie hebben van Hem een Koning gemaakt.

Hij werd geboren in een stal en stierf aan een kruis,
maar jullie gedenken Hem met goud en zilver.

Nochtans wilde Hij alleen maar
zorg dragen voor
en vriend zijn van de armsten en de kleinsten.

Laat zijn Koningschap
in jouw hart beginnen
en breng in mijn naam
en met het hart van Jezus
vrede en eenheid,
overal waar je leeft en werkt.
Je zult zien dat het je gelukkig maakt
– zegt God.
 
Erwin Roosen
 
Dan. 7,13-14 — "Zijn heerschappij is een eeuwige heerschappij"
In die tijd nam Daniël het woord en zei:
“In mijn nachtelijk visioen zag ik
met de wolken des hemels iemand aankomen,
die op een mens geleek.
Hij ging naar de Hoogbejaarde
en werd voor Hem geleid.
Toen werd Hem heerschappij gegeven,
luister en koninklijke macht;
alle volken, stammen en talen
brachten Hem hun hulde.
Zijn heerschappij is een eeuwige heerschappij,
die nooit vergaat,
zijn koninkrijk gaat nooit ten gronde.”
Apok. 1,5-8 — "Hem zij de heerlijkheid en de macht"
Broeders en zusters,
genade zij u van Jezus Christus, de getrouwe getuige, de eerstgeborene van de doden en de vorst van de koningen der aarde. Aan Hem die ons liefheeft en die ons van de zonden heeft verlost door zijn bloed, die ons gemaakt heeft tot een koninkrijk van priesters voor zijn God en Vader, Hem zij de heerlijkheid en de macht in de eeuwen der eeuwen! Amen. Zie, Hij komt met de wolken en elk oog zal Hem aanschouwen, ook zij die Hem doorstoken hebben; en alle stammen der aarde zullen over Hem weeklagen. Ja, Amen! Ik ben de Alfa en de Omega - zegt God de Heer - Hij die is en die was en die komt, de Albeheerser.”
 
Joh. 18,33b-37 — "Ja, koning ben Ik"
In die tijd riep Pilatus Jezus bij zich en zei tot Hem: “Zijt gij de koning der Joden?” Jezus antwoordde hem: “Zegt gij dit uit uzelf of hebben anderen u over Mij gesproken?” Pilatus gaf ten antwoord: “Ben ik soms een Jood? Uw eigen volk en de hogepriesters hebben U aan mij overgeleverd. Wat hebt Gij gedaan?” Jezus antwoordde: “Mijn koningschap is niet van deze wereld. Zou mijn koningschap van deze wereld zijn, dan zouden mijn dienaars er wel voor gestreden hebben, dat Ik niet aan de Joden werd uitgeleverd. Mijn koningschap is evenwel niet van hier.” Pilatus hernam: “Gij zijt dus toch koning?” Jezus antwoordde: “Ja, koning ben Ik. Hiertoe werd Ik geboren en hiertoe ben Ik in de wereld gekomen om getuigenis af te leggen van de waarheid. Al wie uit de waarheid is luistert naar mijn stem.”
"Het koningschap van Christus "
In een klein Braziliaans vissersdorpje kan je drie kerken vinden. Ze staan vlak bij elkaar, alle drie daterend uit de koloniale tijd. Aan de buitenkant kan je al zien hoe verschillend ze zijn. De een is een grote stijlvolle kerk eertijds bedoeld voor de blanke Portugezen, de ander een kleinere voor de mulatten en de derde eerder een schamel kerkje voor de slaven. Binnenin de grote kerk kan je een reusachtige muurschildering bewonderen. Christus als de byzantijnse Pantocrator, de opperheerser, de koning van het heelal. Heel en al gouden schittering! In het kerkje van de slaven was Jezus als een arme sloeber uitgebeeld, als Job op de mesthoop.
 
Een merkwaardige ervaring. De uitbeelding van Christus als de expressie van de eigen levenssituatie . Ze was er destijds de bevestiging van. En tevens de bestendiging. De rijke Portugezen konden hun prerogatieven bewaren. Ze moesten Christus Koning navolgen. Hij was hun idool. De schittering van de rijkdom was normaal. Ook de apartheid. Had Jezus zelf niet gezegd dat er altijd armen onder ons zouden zijn? Het was de wil van God dat er armen en rijken waren. En God zelf was toch de hoogverheven heerser, de almachtige zetelend op zijn hemelse schitterende troon? Van de blanke kolonialen werd wel verwacht dat ze rechtvaardig waren en liefdadig, aalmoezen gaven. Slaven moesten zich in hun lot schikken en goede dienaars en dienstmeisjes zijn. Jezus was immers ook gekomen om te dienen en hij had geen steen om zijn hoofd op neer te leggen.

In 1925, werd het feest van Christus koning ingesteld. Ook een expressie van die tijd. Van het katholieke triomfalisme. De katholieke jeugdbewegingen trokken in grootse optochten, met veel tromgeroffel en trompetgeschal, door de straten. Het katholicisme was een machtig bolwerk en netwerk via zijn sociale instellingen, het onderwijs, de ziekenzorg en de politieke partij. De kerk was schier het enige zingevingsinstituut, haar gezag op gebied van religieuze praktijk, moraal en zeden, was algemeen en vanzelfsprekend en drong door tot in de slaapkamer van de gehuwden. Bisschoppen en pastoors waren 'hoogwaardigheidsbekleders' en hun woord was wet. De paus was nog gekroond met de tiara en getooid in 'cappa magna' werd hij boven de menigte uit op een plechtige draagstoel naar zijn troon geleid, omringd door een schare kardinalen en Zwitserse garde die hem koelte toewuifden met witte pluimveren op hoge versierde staken. Katholieken hadden toen onmiskenbaar niet alleen een gevoel van fierheid maar ook van grote superioriteit ten aanzien van protestanten, andersgelovigen en ongelovigen. Ze hadden de waarheid en de macht in pacht.

De verering van Christus als almachtige koning van het heelal, als verheven en schitterende opperheerser, was in die tijd volkomen aangepast aan de sfeer en de gevoelens van de christenen. Christus was de weerspiegeling van het toenmalige godsbeeld. Een beeld vol van glorie, majesteit, ongenaakbare verheven grootsheid en almacht.
Heel die katholieke sfeer van toen is nu wel grondig veranderd. Het heeft zeker ook te maken met het feit dat men toen beter de catechismus kende dan het evangelie. De theologie en de katholieke leer waren toen niet bijbels maar veeleer kerkelijk. Als we het evangelie lezen en vertrouwd raken met het leven van Jezus van Nazareth, staan we verbaasd over dat plechtstatig koningschap dat hem werd toebedacht. Het evangelie spreekt toch niet over 'zijne majesteit Jezus van Nazareth'. Of van 'zijne excellentie' of 'zijne heiligheid'. We lezen ook nergens over zijne eminentie de hoogeerwaarde heer Simon Petrus. Al die vroegere eerbetuigingen voor pausen en clerici lijken ons nu zelfs misplaatst.

“Mijn koningschap is niet van deze wereld” (Johannes 18,36). Dit woord van Jezus staande voor Pilatus is de kern van waar het hier om gaat. Geen werelds, profaan koningschap. Een koning zonder paleis, troon, soldaten, rijkdom, macht en glorie. Een koning die zich ophoudt bij zieken, armen, bij mensen die niet meetelden, bij het uitschot. Een koning die op een ezel zit. Die voeten wast. Die een kroon van doorntakken wordt opgezet en wiens troon het kruis is, het afschuwelijke marteltuig van de Romeinen.

Dat koningschap van Christus is de menselijke veruiterlijking van het koningschap van God. De mensen rond Jezus hebben beseft hoe dicht hij bij God stond. Op een menselijke wijze liet hij zien hoe God voor ons is. Hoe God met ons omgaat. Dankzij Jezus hebben we een heel ander godsbeeld dan vroeger. God is Liefde. Hij is dan ook zo sterk en zo zwak als liefde is. "Alles van waarde is weerloos”, schreef een dichter. En die waarde zien we als we weten hoeveel innerlijke kracht en sterkte nodig is om weerloos maar niet machteloos tegenover het kwaad te staan.
Zo stond koning Jezus voor Pilatus. Weerloos maar zo zuiver en sereen. Zo echt. Zonder angst noch paniek. Geweldloos maar weerbaar. Zonder haat. Het kwaad dat hem werd aangedaan heeft hem niet aangetast. Wat een kracht ging er niet van hem uit! Met de kruisdood voor ogen bleef hij trouw aan zijn opdracht Gods Liefde te openbaren. Hij had het gedaan door zich te identificeren met de noodlijdenden. Hij is in hun schoenen gaan staan. Hij heeft hun nood aan zijn lijf laten komen. Bij zijn kruisiging was hij zelf in uiterste nood. Naakt, hongerig, gevangen, uitgewezen vreemdeling, ziek van ellende.

We zullen nooit van Jezus Christus kunnen zeggen: “Deze man had goed praten…allemaal mooie woorden…” Vanuit de diepste kern van zijn wezen, is hij tot het uiterste van de kruisdood gegaan, tot in de verlatenheid van God en van iedereen heeft hij gedaan wat liefde doet: zich overgeven zonder meer, totaal gratuit.

Dit koningschap van Christus zet het wereldse koningschap op zijn kop. Maar het geeft ons ook een ander beeld van Christus. Niet dat van de opperheerser-pantocrator. Ook een ander godsbeeld. Een God van grenzeloze liefde. Niet een god die mensen overweldigt, overheerst, angst inboezemt en op de knieën krijgt. Een God die zich vereenzelvigt met die arme sloeber in dat slavenkerkje in Brazilië. Een identificatie die zover gaat dat er staat: ”Als je aan hem, of haar, raakt raak je aan mij.” Zo nauw is de verbondenheid van onze God met de mens in nood. Zo dicht staat Christus bij hen. Dat is dan ook de uiteindelijke norm, het laatste oordeel: de daadwerkelijke liefdevolle verbondenheid met de geringste onzer 'broeders en zusters'. En totaal gratuit. Zonder eigenbelang of bijbedoelingen. Niet vanuit een kerkelijk gebod of religieuze overwegingen . Misschien zelfs zonder geloof in God! Want er staat: “Heer wanneer zagen wij u hongerig en gaven U te eten?” Het gaat inderdaad zo ver dat God zich als het ware in deemoed terugtrekt. Dat we het niet moeten doen omwille van hem, maar omwille van die mens in nood. God blijft onzichtbaar en anoniem. We hoeven niet eens te weten dat hij schuil gaat achter ieder mens. Als we maar liefhebben. Zuiver en gratuit. Mensendienst is godsdienst. Johannes schrijft het: “Als we van elkaar houden is God in ons.”
 
@preekvdw
"Christus Koning... Hij die redt en leven schenkt"

Christus Koning: het lijkt wel een vloek.
Zijn leven was er niet een van rijkdom,
van legers en van paleizen.
Hij is de Gezalfde, door God gezonden,
om te werken aan liefde en vrede.
Zijn woorden en daden liegen er niet om.
Hij zoekt hartstochtelijk naar mensen,
die zijn droom willen realiseren.
Het gaat dan om laatsten die eersten worden,
om mensen, die groot zijn in dienstbaarheid.

Christus is Koning in een omgekeerde wereld.
Macht verandert Hij in liefde.
Hij reikt mensen de hand
in plaats van hen met geweld te onderdrukken.
Hij wil zijn Rijk uitbreiden
door de aantrekkingskracht van de goedheid.
Eigenlijk is Hij een Spotkoning,
omdat zijn troon een kruis is.
Hij wordt niet gediend, maar dient zelf.
En vanaf het begin is er voor Hem geen plaats.
Hij leeft niet in een paleis,
maar zwerft door de woestijn.
Hij wil niets anders dan Gods wil doen.
Zichzelf weet Hij weg te cijferen
voor het geluk van anderen.

Christus Koning: Hij is de Gezondene,
die namens God aan mensen richting wijst.
Hij is het meest Koning
waar Hij mensen redt en nieuw leven schenkt,
toen en ook vandaag nog,
hopelijk hier in ons midden, dit uur.
 
Wim Holterman
Download deze preek en de lezingen als word-bestand
Wil je dus verder aan de slag met de lezingen en de 'Preek van de week'...
Dan kan je hieronder alles downloaden als word-bestand.
 
 ! KLIK HIER ! 
Onze abonnees...
Dubbel ontvangen...
Misschien ontvangt u deze 'Nieuwsbrief' op twee e-mailadressen. Mogen we u dan vragen één van deze adressen uit te schrijven. Iedere verzending kost ons trouwens centjes.
 
Een nieuw e-mailadres...
Wenst u uw 'Nieuwsbrief' in de toekomst op een andere of nieuw e-mailadres te ontvangen, dan kan u onderaan deze 'Nieuwsbrief' die wijziging zelf doorvoeren.
Volg ons ook via...
Facebook...
We zijn ook te vinden op 'Facebook'.
Ook via dat kanaal
sturen we onze 'Preek van de week' de wereld in.

Klik op het logo... en neem een kijkje.
 
 
Twitter...
Heb je een account op 'Twitter',
volg ons dan en je krijgt een melding
telkens er een 'Preek van de week' verschijnt. 

Klik op het logo... en volg ons.

 
'PREEK VAN DE WEEK'
Vicariaat van de Vlaamse Dominicanen - Ravenstraat 98 - 3000 Leuven.
Verantwoordelijke uitgever: Pater Marcel Braekers o.p. - Vicaris. E-mail: klik hier
Redactie - webmaster: Peter Gijsbrechts o.p. - E-mail: klik hier
Website: klik hier.