'PREEK VAN DE WEEK'
Uw vitamientje voor
 26 oktober 2018
 
Voor onze website: KLIK HIER
Stuur ons een e-mail: KLIK HIER
30ste zondag door het jaar - B-jaar 2018.
"Hoe dom dat ik dan niet gezien heb"
 
Jer. 31,7-9  -  Hebr. 5,1-6  -  Mc. 10,46-52
"Mag Ik ook jou de ogen openen"
Net zoals Jezus het vroeg aan Bartimeüs,
zo wil ik het vandaag ook aan jou vragen
– zegt God.
 
Wat wil je dat Ik voor je doe?
En misschien mag Ik ook jouw ogen openen,
zodat je kunt zien
waar het in het leven eigenlijk op aankomt.
 
Misschien noem je Mij zelfs ‘Rabboeni’,
‘Heer’, ‘Meester’,
en mag Ik je voorgaan in de kunst
van het solidair en liefdevol leven.
 
Als je Me dat vraagt
– zegt God –
wil Ik dat graag voor je doen.
 
Erwin Roosen
 
Jer. 31,7-9 — "De Heer heeft redding gebracht"
Dit zegt de Heer: “Jubel van vreugde om Jakob, juich om de heerser der volken; bazuin het rond, prijs God en zeg: de Heer heeft redding gebracht aan zijn volk, aan de rest van Israël. Ik haal hen terug uit het noorden, van het einde der aarde breng ik hen bijeen, ook de blinden en lammen, de zwangere en barende vrouwen. In dichte drommen keren zij terug. In tranen gingen ze heen; getroost leid Ik hen terug. Ik voer hen naar stromende beken over gebaande wegen waarop ze niet struikelen. Ik ben toch Israëls vader, en Efraïm is mijn eerstgeborene.”
Hebr. 5,1-6 — "Denk ook aan je eigen zonden"
Broeders en zusters,
Elke hogepriester wordt genomen uit de mensen en aangesteld voor de mensen om hen te vertegenwoordigen bij God en om gaven en offers op te dragen voor de zonden. Hij is in staat onwetenden en dwalenden geduldig te verdragen, daar hij ook zelf aan zwakheid onderhevig is; daarom moet hij als hij offers voor de zonden opdraagt, evengoed aan zijn eigen zonden denken als aan die van het hele volk. En niemand kan zich die waardigheid aanmatigen: men moet evenals Aäron door God geroepen worden. Ook Christus heeft zichzelf niet de eer van het hogepriesterschap toegekend; dat heeft God gedaan die Hem zei: “Gij zijt mijn zoon, Ik heb u heden verwekt.” En elders zegt hij: “Gij zijt priester voor eeuwig, op de wijze van Melchisédek.”
 
Mc. 10,46-52 — "Rabboeni, maak dat ik zien kan"
In die tijd kwam Jezus vergezeld van zijn leerlingen in Jericho. Maar toen ze, vergezeld van een flinke menigte, weer uit Jericho wegtrokken, zat een blinde bedelaar langs de weg, Bartimeüs, de zoon van Timeüs. Zodra hij hoorde dat het Jezus de Nazarener was, begon hij luidkeels te roepen: “Jezus, Zoon van David, heb medelijden met mij!” Velen snauwden hem toe te zwijgen, maar hij riep nog veel harder: “Zoon van David, heb medelijden met mij!” Jezus bleef staan en zei: “Roept hem eens hier.” Ze riepen de blinde toe: “Heb goede moed! Sta op, Hij roept u.” Hij wierp zijn mantel af, sprong overeind en kwam naar Jezus toe. Jezus vroeg hem: “Wat wilt ge dat Ik voor u doe?” De blinde antwoordde Hem: “Rabboeni, maak dat ik zien kan!” En Jezus sprak tot hem: “Ga, uw geloof heeft u genezen.” Terstond kon hij zien en hij sloot zich bij Hem aan op zijn tocht.
"Hoe dom dat ik dat niet gezien heb"
Dat ik dat niet gezien heb! Hoe is me dat kunnen ontgaan? Dat ik dat niet eerder beseft heb, begrepen, gesnapt! Dat ik dat nooit zo heb gezien! Ik had dat nooit in hem, in haar gezien! Moet ik daar zo oud voor geworden zijn om dat nu pas te zien, in te zien, te willen zien. Hoe is het mogelijk? Hoe dom van mij. Ik moet toch wel stekeblind zijn geweest. Dergelijke uitspraken en ervaringen zijn in gesprekken tussen mensen regelmatig te horen..
 
In het evangelie dat vandaag wordt gelezen verhaalt Marcus aan de lezers van zijn tijd, de christenen van zijn gemeente, een soortgelijke ervaring bij de leerlingen van Jezus. Die leerlingen hadden alle moeite om in Jezus de echte Messias te zien. Ze zagen in hem een Messias die succes zou hebben, iemand die zou heersen met macht en majesteit. Daarom waren ze aan het bekvechten met elkaar om de voornaamste te zijn, om te eerste plaats te veroveren, om gediend te worden; ze waren bekommerd om zichzelf. Verhalen die we de voorbije weken hebben mogen beluisteren. Maar Jezus deed zich kennen als een Messias van armen, kleinen, van verdrukte en uitgestoten mensen. Hij was trouwens op weg naar Jeruzalem; daar zou hij veel moeten lijden; als een misdadiger veroordeeld worden en ter dood gebracht.
Maar de leerlingen hadden daar geen oog voor; ze snapten het niet; ze zagen het niet of wilden het niet zien. Pas na de verrijzenis van Jezus gingen hun ogen open, werden ze genezen van hun blindheid en gingen ze de echte Jezus volgen, de ware Messias, de koning van de kleine mens, van armen en misdeelden. Vijftig jaar na Jezus dood getuigt Marcus daarvan in zijn jonge christelijke gemeente. Hoe hadden die leerlingen toch zo dom kunnen zijn, mijmert hij, maar ze wilden het maar niet zien; ze waren blind, verblind. Mogelijk was het ook een stukje zijn persoonlijke levensgeschiedenis geweest en waren er in zijn gemeente ook nog heel wat mensen die moeite hadden om Jezus radicaal te volgen omdat ze een andere opvatting hadden van de ware Messias.
 
Van dat alles getuigt Marcus bij zijn lezers aan de hand van een verhaal; de wonderbare genezing van de blinde Bartimeüs, zoon van Timeüs. Is dit een wonderverhaal of een parabel? Het is in ieder geval en verhaal waarin de toehoorders geleidelijk aan zichzelf moesten erkennen. We noemen het dus maar eenvoudigweg een wonderbare parabel. Maar laten we even heel kort het verhaal stap voor stap volgen.

Een blinde bedelaar aan de rand van de weg. Met deze enkele woorden tekent Marcus het drama van deze man en meteen het drama van vele mindervaliden, mensen met een handicap in de oudheid. Een handicap bracht een mens onvermijdelijk tot de bedelstaf en drong hem aan de rand van de maatschappij. Een handicap werd in verband gebracht met onheil, op de hals gehaald door de gehandicapte zelf of zijn ouders. Men wilde er weinig mee te maken hebben.
 
Bartimeüs wilde zien. Hij had ongetwijfeld al van Jezus gehoord, over de wonderlijke dingen die Jezus deed. Hij stelde zijn vertrouwen in de belofte, bij de profeet Jeremia, dat de Heer begaan is met blinden en lammen. Zo vertelt ook Jeremia ons in de eerste lezing van vandaag.
Bartimeüs laat zich horen, begint te roepen:' help me toch!' Een schreeuw die door de omstanders als storend wordt ervaren. Ze duwen hem terug; hij moet Jezus niet lastig vallen. De gezonden wilden Jezus voor zich alleen houden. Een Messias voor de sterken, niet voor de zwakken.
Maar Jezus blijft staan. Hij heeft oog voor de blinde; Hij houdt halt bij diens ellende. De leerlingen begrijpen niet dat Jezus juist voor mensen als Bartimeüs is gekomen, juist voor mensen die langs de weg van het leven zitten, aan de rand van de samenleving. De omstanders geven er blijk van zelf blind te zijn, blind voor wat Jezus als belangrijk ziet: de hand uitsteken naar wie hulp nodig heeft.
 
Wat wilt u dat ik voor u doe, vraagt Jezus. In het evangelie van vorige zondag stelde Jezus diezelfde vraag aan Jacobus en Johannes. 'De beste plaatsen', antwoordden zij. 'Dat ik zien kan', een plaats tussen de mensen krijg , antwoordde Bartimeüs. En Jezus weer: 'uw geloof is uw redding.' Jezus wilde dat Bartimeüs, en wij allemaal, dat gaan zien, inzien. En Bartimeüs werd volgeling van Jezus op zijn verdere weg naar Jeruzalem, waar voor Jezus de moeilijkste periode aanbrak. Een echte leerling zijn van Jezus betekent hem volgen op zijn weg van de prijsgegeven liefde
In het verhaal krijgt het geroepen worden en het volgen van Jezus zoveel nadruk dat het duidelijk is dat de fysieke genezing van Bartimeüs van ondergeschikt belang is. In één zin horen we tot driemaal toe het woord roepen. 'Roep hem; zij riepen hem toe: hij roept je.' Het gaat om het proces van navolging, het proces van leerling worden van Jezus. Als er alleen maar de wonderbare genezing was geweest, dan zou Jezus enkel maar een concrete betekenis gehad hebben voor de enkele blinden die hij heeft doen zien, en voor hun familie en vrienden. Maar het probleem van de vele andere blinden die in Jezus' tijd en in onze tijd niet genezen worden, zou er zelfs nog groter door worden.
Uit het evangelie wordt duidelijk dat voor deze genezen blinde en voor de velen die blind blijven en voor alle vrienden, ook voor ons, het meest beslissende is: Jezus 'echt' zien en hem volgen; hem voor ogen houden op de levensweg die we in zijn spoor mogen gaan.
Voor Marcus is de blindheid van de bedelaar het beeld van de verblinde mens, de mens die niet het licht in de ogen, maar het licht in het hart mist. Hij is het beeld van de mens die Jezus (nog) niet erkent of wil erkennen als de Messias, als degene die ons voorgaat op de weg die wij moeten volgen.
 
Mogelijk is het verhaal van Bartimeüs ook ons verhaal en al zeker het verhaal van deze tijd. Maar zo hadden we het misschien nog niet gezien. Wat dom van ons. Het is alleszins een wondere parabel die ons in deze tijd veel te zeggen heeft.
@preekvdw
"Wat kan ik voor je doen?"
Weerloos, zonder uitzicht of toekomst,
zit hij langs de weg.
Hij is het spoor bijster.
Niemand die hem weer op weg helpt.
Zijn uitgestoken hand vangt
het allernoodzakelijkste om van te kunnen leven.
In zijn diepste nood boort hij nieuwe bronnen aan.
 
Jezus van Nazareth: zijn laatste hoop.
Zijn sterke vertrouwen geeft hem zicht.
Hij zit niet langer naast de weg;
hij gaat een nieuwe weg volgen:
de weg van onverwoestbaar leven.

Bartimeüs: hij is een mens als wij.
Ook voor ons is er soms geen uitkomst.
We zien vaak alles donker in.
Het haalt toch allemaal niets uit!
Onze uitgestoken hand wordt niet gezien.
 
En toch: ook op onze weg kunnen we
mensen ontmoeten, die vragen:
“Wat kan ik voor je doen?”
Mensen, die zijn zoals Jezus.
Mensen, die ons een nieuwe richting wijzen.
Maar nodig is daarvoor,
dat we eerst bij onszelf thuiskomen,
dat we een gelovig vertrouwen ontwikkelen
in God en in zijn mensen.

Het moet mogelijk zijn.
Want Bartimeüs was een zoon van mensen!
Wij toch ook?

Wim Holterman
Download deze preek en de lezingen als word-bestand
Wil je dus verder aan de slag met de lezingen en de 'Preek van de week'...
Dan kan je hieronder alles downloaden als word-bestand.
 
 ! KLIK HIER ! 
Onze abonnees...
Dubbel ontvangen...
Misschien ontvangt u deze 'Nieuwsbrief' op twee e-mailadressen. Mogen we u dan vragen één van deze adressen uit te schrijven. Iedere verzending kost ons trouwens centjes.
 
Een nieuw e-mailadres...
Wenst u uw 'Nieuwsbrief' in de toekomst op een andere of nieuw e-mailadres te ontvangen, dan kan u onderaan deze 'Nieuwsbrief' die wijziging zelf doorvoeren.
Volg ons ook via...
Facebook...
We zijn ook te vinden op 'Facebook'.
Ook via dat kanaal
sturen we onze 'Preek van de week' de wereld in.

Klik op het logo... en neem een kijkje.
 
 
Twitter...
Heb je een account op 'Twitter',
volg ons dan en je krijgt een melding
telkens er een 'Preek van de week' verschijnt. 

Klik op het logo... en volg ons.

 
'PREEK VAN DE WEEK'
Vicariaat van de Vlaamse Dominicanen - Ravenstraat 98 - 3000 Leuven.
Verantwoordelijke uitgever: Pater Marcel Braekers o.p. - Vicaris. E-mail: klik hier
Redactie - webmaster: Peter Gijsbrechts o.p. - E-mail: klik hier
Website: klik hier.