'PREEK VAN DE WEEK'
Uw vitamientje voor de geest

8 november 2019
 
Voor onze website: KLIK HIER
Stuur ons een e-mail: KLIK HIER
32ste zondag door het jaar - C-jaar 2019.
"Een God van levenden"
 
2 Makk. 7, 1-2.9-14  -  2 Tess. 2, 16-3, 5  -  Lc. 20, 27-38
'Leven' synoniem voor 'Liefde'
Ik ben er niet voor de doden – zegt God –
maar voor de levenden.
 
En hoe graag zou Ik willen
dat jij je met dat leven laat volstromen
en dat jij je leven richt
op de boodschap van het evangelie!
 
Want voor Mij is leven synoniem van liefde.
En nu reeds wil Ik je in die liefde laten delen
om ze later, wanneer je sterft,
ten volle aan je te kunnen geven,
omdat we elkaar dan van heel dichtbij
en van hart tot hart zullen ontmoeten.

Erwin Roosen
 
2 Makk. 7, 1-2.9-14 — "Als we mogen vertrouwen op God"
 
In die dagen werden zeven broers met hun moeder gevangen genomen. De koning wilde ze dwingen van het verboden varkensvlees te eten door ze met roeden en zwepen te geselen. De eerste van hen, die optrad als hun woordvoerder, sprak als volgt: “Waarom wilt gij ons ondervragen en wat wilt gij van ons te weten komen? Wij zijn bereid te sterven, liever dan de wetten van onze voorouders te overtreden.” Nadat de eerste gestorven was, riep de tweede broer, kort voordat hij de geest gaf: “Booswicht, gij kunt ons wel het tegenwoordige leven ontnemen, maar de Koning der wereld zal ons, die voor zijn wetten sterven, laten opstaan tot een eeuwig leven.” Na hem werd de derde gemarteld. Zonder enige vrees sprak hij: “Ik heb deze ledematen van God gekregen; uit eerbied voor zijn wetten doe ik er afstand van, maar ik hoop ze eens weer terug te krijgen.” De koning en zijn omgeving stonden verbaasd over zoveel moed bij de jongeman, die zijn folteringen zonder één moment van zwakte doorstond. Toen hij dood was werd de vierde broer op dezelfde wijze gefolterd en gepijnigd. Op het punt te sterven riep hij nog uit: “Het is niet zo erg door mensen omgebracht te worden, wanneer wij mogen vertrouwen op Gods belofte, dat Hij ons weer zal laten verrijzen. Voor u echter zal er geen verrijzenis tot een nieuw leven zijn!”
2 Tess. 2, 16-3, 5 — "God die ons zijn liefde heeft betoond"
Broeders en zusters,
moge de Heer Jezus Christus zelf, moge God, onze Vader, die ons zijn liefde heeft betoond, en die ons in zijn genade eeuwige troost en blijde hoop heeft geschonken, uw harten bemoedigen en sterken met alle goeds, in woord en daad. Voorts, broeders en zusters, bidt voor ons, opdat het woord des Heren overal, zoals bij u, zijn luisterrijke loop mag volbrengen, en opdat wij verlost worden van die kwaadaardige en boze lieden; want het geloof is niet aller deel. Maar de Heer is getrouw: Hij zal u sterken en behoeden voor de boze. In de Heer vertrouwen wij op u, dat gij doet wat wij bevelen en dit ook zult blijven doen. Moge de Heer uw harten neigen tot de liefde Gods en tot de standvastigheid van Christus.
 
Lc. 20, 27-38 — "Omdat zij als engelen zijn"
In die tijd kwamen enigen van de Sadduceeën, die de verrijzenis loochenen, bij Jezus met de vraag: “Meester, wij zien bij Mozes geschreven staan: Als iemand een getrouwde broer heeft die kinderloos sterft, dan moet hij diens vrouw nemen en aan zijn broer een nageslacht geven. Nu waren er eens zeven broers. De eerste trouwde en stierf kinderloos. De tweede en de derde namen de vrouw en de een na de ander stierven ze alle zeven zonder kinderen na te laten. Het laatste stierf ook de vrouw. Van wie van hen is zij nu bij de verrijzenis de vrouw? Alle zeven toch hebben haar tot vrouw gehad.” En Jezus sprak tot hen: “De kinderen van deze wereld huwen en worden ten huwelijk gegeven, maar zij die waardig gekeurd zijn deel te krijgen aan de andere wereld en aan de verrijzenis uit de doden, huwen niet en worden niet ten huwelijk gegeven. Zij kunnen immers niet meer sterven, omdat zij als engelen zijn; en, als kinderen van de verrijzenis, zijn zij kinderen van God. Dat de doden verrijzen, heeft ook Mozes aangeduid waar het gaat over de braamstruik, doordat hij de Heer noemt: de God van Abraham, de God van Isaäk en de God van Jakob. De Heer is toch geen God van doden, maar van levenden, want voor Hem zijn allen levend.”
"Een God van levenden"
Al is het onderwerp dat deze zondag wordt aangesneden niet om mee te lachen, toch durf ik voorzichtig te zeggen dat het evangelie toch een beetje de komische toer opgaat. Er staat daar een vrouw in de hemel te pronken met zeven mannen! Het zijn de Sadduceeën die dit nummertje opvoeren om het geloof in het leven over de dood belachelijk te maken. Want zelf geloven ze daar niet in. In een typisch rabbijns twistgesprek met Jezus proberen ze hem te strikken. Het verrijzenisgeloof wordt het voorwerp van een discussiespelletje.
 
Maar op vandaag is dit verrijzenisgeloof letterlijk doodernstig. Een zekere professor Richard Dawkins uit Oxford schreef daarover een uitdagend artikel. Hij stelt dat het vaste geloof in een leven over de dood heen precies de oorzaak is van de bijna ontelbare terreurdaden waarbij mensen - meestal extreme moslimfundamentalisten - zichzelf opblazen, omdat ze vast geloven dat ze als martelaars triomfantelijk in het paradijs opgenomen worden. Daar wachtten hen dan nota bene 72 maagden als beloning. Nog wat anders dan één vrouw met 7 mannen! Dawkins is niet mals voor de consequenties! ”Het geloof in het hiernamaals is de meest gevaarlijke onzin", schrijft hij. En verder: ”Godsdienst is zoveel als geladen wapens verspreiden op straat. Je moet niet verbaasd zijn als ze gebruikt worden!"

Inderdaad dus een 'doodernstige' kwestie. Want dit geloof heeft niets en niemand ontziende terreurdaden aangericht. Zo'n geloof moet uitgeroeid worden. Dawkins staat duidelijk aan de kant van de Sadduceeën. Hij zal het geloof in een hemel met 72 maagden voor één man al even belachelijk vinden als het verhaal van de Sadduceeën met de zeven mannen voor één vrouw. Dat vinden wij trouwens ook. Maar iets anders is het hiernamaalsgeloof zelf en de voorstelling ervan. En nog iets anders is de vraag of ons geloof in een hiernamaals inderdaad gevaarlijke onzin is.
 
Het woord 'verrijzen' is beeldspraak. Het betekent letterlijk opstaan uit de slaap. Dat wordt dan toegepast op het verrijzen of opstaan uit de dood. Maar wat gebeurt na de dood is niet meer te verwoorden met onze taal. 'Verrijzen', 'hiernamaals' en 'hemel' zijn allemaal menselijke woorden over een bestaanswijze die buiten de grenzen van ruimte en tijd ligt. Wij mensen kunnen niet om de hoek van de dood kijken. De dood is voor ons een absolute grens. We zeggen dat het 'andere' leven aan de overkant van de dood 'onsterfelijk' is. Het overstijgt onze sterfelijkheid. Maar hoe dat overstijgen is, hoe het 'verrijzenisleven' is, is niet vast te stellen. De Sadduceeën begaan de fout dat ze de hemel zien als een verlenging van dit aardse bestaan. Jezus maakt duidelijk dat de hemel geen binnenwerelds gebeuren is. Er wordt dus niet meer gehuwd. En de doden zijn in het 'andere leven' als 'engelen' of 'kinderen van de verrijzenis' en 'kinderen van God'. Je zou kunnen zeggen: de doden zijn in de hemel ‘dezelfde’, maar het is niet meer ‘hetzelfde’ als hier.
 
In tegenstelling met de Sadduceeën gelooft Jezus wèl in een hiernamaals en in een nieuw en ander leven over de dood heen. In hun twistgesprek betaalt Jezus de Sadduceeën met gelijke munt. Want hij citeert een tekst uit de Tora van Mozes die de Sadduceeën ook aanvaarden. De tekst waar God spreekt tot Mozes in het verhaal van de brandende doornstruik (Ex.3): ”Ik ben de God van Abraham, de God van Isaac, de God van Jacob." Jezus proclameert dat de aartsvaders voor God niet dood en begraven zijn. Voor Hem zijn ze levenden. De verbondenheid is door de dood niet verbroken. Voor God leven ze allemaal. Hij is een God van mensen. Hij keert zich onvoorwaardelijk naar ons. Hij is Jahweh:  ”Ik zal er zijn. ”Hij is er in het leven en bij de dood. Hij gaat mee met zijn mensen, zijn ‘kinderen’. Hij gaat met ons mee door de dood heen. Psalm 16 verwoordt het zo innig: ”Aan de macht van de dood geeft Gij mij niet prijs, in vreugde ben ik bij U, God, voorgoed."
 
Is dit alles geen wishful thinking? Onze wensen, onze dromen voor werkelijkheid nemen? Is het geen illusie? Geen 'projectie'? Is geloven in eeuwig leven niet veroorzaakt door onze behoefte aan zin, aan een doel in het leven, en vooral een houvast om het uit te houden als het heel moeilijk is? Maken we onszelf niets wijs?

Het is niet omdat we behoefte hebben aan 'iets' dat dit 'iets' (nl. het hiernamaals) bestaat of niet bestaat. Als we spreken over 'projectie' weten we ook dat het geloof in eeuwig leven botst met onze behoefte aan verstandelijke zekerheid en inzicht. De vraag is ook waarom mensen van alle tijden en beschavingen nood hebben aan zo'n 'projectie'. De dood als definitief einde is blijkbaar niet zo vanzelfsprekend. Zeker niet voor de liefde. En het zijn de liefdeservaringen van mensen die ons een vermoeden geven van wat met hiernamaals en eeuwig leven kan bedoeld worden. De liefde overstijgt hier op aarde reeds tijd en ruimte. Er is een 'warme' liefde tussen mensen, maar niet van 100° Celsius. En er is 'veel' liefde tussen mensen, maar niet van 100 meter of van 55 kg. Als de kracht van de liefde reeds het materiële overstijgt, zou de kracht van Gods Liefde dan niet de dood kunnen overstijgen? We kunnen ook spreken van transformatie. De liefde ervaart de geliefde medemens als zoveel meer dan een lichaam. De liefde maakt de geliefde mooi, goed en beminnenswaard. De geliefde is uniek en anders dan alle anderen. Een God die ons persoonlijk bemint, die ons kent bij name, onze schepper en Vader, kan ons sterfelijk bestaan transformeren tot een hemels onsterfelijk leven. Zo mogen we geloven. In dit verband wijst men graag naar het beeld van de trage lompe rups die zich inspint en zich ontpopt tot een mooie vlinder die snel en sierlijk zich in het zonnige licht vliegend koestert. Wat een wonderlijke transformatie van één en hetzelfde wezen!
 
Ook in het hiernamaalsgeloof gaat het om dezelfde mens die over de dood heen wordt getransformeerd. Het bestaan in het 'andere' leven is hoe dan ook het bestaan van een mens. Niet het vrijkomen van een onsterfelijke ziel uit de kerker van het lichaam. Dat was de Griekse opvatting. In de joods-christelijke traditie gaat het om 'lichamelijke verrijzenis', wat betekent dat de mens die anders en nieuw leeft over de dood menselijk blijft. Paulus spreekt daarom van een 'vergeestelijkt lichaam'. Maar ook deze benaming verwijst naar een onvoorstelbare werkelijkheid. Het leven over de dood heen is ‘deelhebbing’ aan het leven van de Eeuwige. Onze verbondenheid met hem is daarvoor de grondslag.
 
Rest nog de uitspraak dat het verrijzenisgeloof gevaarlijk zou zijn. Dat hebben we vroeger nog gehoord. Marx vond dit geloof 'opium van het volk'. Gevaarlijke bedwelming. Een zoethoudertje. Opdat mensen niet in opstand zouden komen tegen het onrecht en de uitbuiters aanklagen. Het gevaar van het verrijzenisgeloof is dat we het ‘hierNUmaals’ zouden ontvluchten en ons zouden onttrekken aan onze verantwoordelijkheid. Jezus zelf heeft zieken niet naar een 'later' leven verwezen, aan de overkant van de dood, waarin alles terug goed zou komen. Hij heeft ziekte bestreden en mensen genezen. Ook de preekverhalen over het dode dochtertje van Jaïrus, de jongen van Naïm die begraven werd, en Lazarus die al vier dagen in het graf was, verkondigen een Jezus Christus die een is met God ”die de doden doet leven".
 
Jezus stond eveneens in verzet tegen alle vormen van onrecht en mensonwaardigheid. Hij nam het op voor armen, misdeelden en onreinen. Het Rijk Gods van gerechtigheid, liefde en vrede dat Jezus preekte was wel degelijk een Rijk Gods voor hier en nu. En voor hem is het ook de liefde die nu reeds eeuwigheidswaarde heeft. Daarom kon Johannes schrijven: ”We zijn overgegaan van de dood naar het leven, omdat wij onze broeders liefhebben" (1 Joh.3,14) De liefde van mensen, die de liefde is van God in ons, is sterker dan de dood. Deze hoop doet ons leven in de liefde waarin wij geloven.
 
@preekvdw
@preekvdw"Uit gras groeit geen koren"
Je vraagt je af hoe de mens zal overleven,
wat jij jezelf daarbij moet voorstellen.
Een begrijpelijke vraag, maar toch…
 
Met eigen ogen zie je dagelijks om je heen
dat al wat je zaait
en wat rust in de grond
door te sterven openbaart
wat erin leeft.
Uit wat je zaait
– of het nu gras is of graan –
groeit heel iets anders
dan het zaad deed vermoeden.
Uit gras groeit geen koren
en uit koren geen gras.
Want alle zaad kent zijn eigen wasdom,
zoals iedere boom zijn eigen vrucht.
 
Zo is het ook met de mens.
Klein en kwetsbaar
en voor een korte tijd komt hij op de wereld.
Als zaad is hij aan de aarde gebonden.
Maar door te sterven wordt openbaar
wat in hem verborgen ligt:
het nieuwe leven,
hemels en geheeld voorgoed.

Peer Verhoeven
 
Download deze preek en de lezingen als word-bestand
Wil je verder aan de slag met de lezingen en de 'Preek van de week'...
Dan kan je alles downloaden als word-bestand.
 
 ! KLIK HIER ! 
Onze abonnees...
Dubbel ontvangen...
Misschien ontvangt u deze 'Nieuwsbrief' op twee e-mailadressen. Mogen we u dan vragen één van deze adressen uit te schrijven. Iedere verzending kost ons trouwens centjes.
 
Een nieuw e-mailadres...
Wenst u uw 'Nieuwsbrief' in de toekomst op een andere of nieuw e-mailadres te ontvangen, dan kan u onderaan deze 'Nieuwsbrief' die wijziging zelf doorvoeren.
Volg ons ook via...
Facebook...
Vanaf nu zijn we ook te vinden op 'Facebook'.
Ook via dat kanaal sturen we onze
'Preek van de week' de wereld in.

Klik op het logo... en neem een kijkje.
 
 
Twitter...
Heb je een account op 'Twitter',
volg ons dan en je krijgt een melding
telkens er een 'Preek van de week' verschijnt. 

Klik op het logo... en volg ons.

 
'PREEK VAN DE WEEK'
Vicariaat van de Vlaamse Dominicanen - Ravenstraat 98 - 3000 Leuven.
Redactie - webmaster: Peter Gijsbrechts o.p. - E-mail: klik hier
Website: klik hier.