Een Arabier, een Griek, een Pers en een Turk
waren samen op reis naar een ver land.
Ze kregen ruzie over de vraag waaraan ze het ene muntstuk
dat ze samen bezaten, moesten uitgeven.
Alle vier wilden ze er eten van kopen,
de Arabier dacht aan INAB, de Griek aan STAFIL,
de Pers aan ANGOER en de Turk aan OEZOEM.
De ruzie liep hoog op,
want niemand begreep wat de anderen wilden.
Toevallig kwam een taalkundige voorbij, die hen hoorde ruzien.
"Geef de munt maar aan mij,"zei hij.
"Dan zal ik er voor zorgen dat jullie allemaal je zin krijgen."
De taalkundige kreeg de munt en liep naar een winkeltje,
waar hij vier trosjes druiven kocht.
Vervolgens gaf hij alle mannen een trosje.
"Dat is nu een INAB," riep de Arabier.
"Ik noem dit STAFIL!" zei de Griek.
"U hebt ANGOER voor me meegenomen," zei de Pers.
"Niet waar! dit is OEZOEM" zei de Turk.
De mannen kwamen tot het besef
dat ze allemaal hetzelfde hadden gewild,
maar dit niet aan elkaar duidelijk hadden kunnen maken.