'PREEK VAN DE WEEK'
Uw vitamientje voor de geest
 9 november 2018
 
Voor onze website: KLIK HIER
Stuur ons een e-mail: KLIK HIER
32ste zondag door het jaar - B-jaar 2018.
"Geen lofzang, maar klaagzang"
 
1 Kon. 17, 10-16  -  Hebr. 9, 24-28  -  Mc. 12, 38-44
"Omdat het onze taak is"
Wil je tonen dat je leven bestemd is om God te dienen, laat het dan de mensen dienen, terwijl je voortdurend God in gedachten hebt. God maakt niet op zo’n manier deel uit van het bestaande, dat hij zijn deel voor zich verlangt. Hij eist alles, maar als je het brengt, krijg je er bij wijze van spreken een aantekening op, waarheen het verder bezorgd moet worden, want God eist niets voor zichzelf, ook al eist hij alles van jou.

Als het plicht is om de mensen die je ziet lief te hebben, moet je in de eerste plaats alle ingebeelde en overspannen ideeën opgeven over een droomwereld, waar het voorwerp van de liefde te zoeken en te vinden zou zijn. Dat wil zeggen, je moet nuchter worden, werkelijkheid en waarheid verwerven door de wereld van de werkelijkheid te vinden en daar te blijven, als de jou toegewezen taak.

Uit: 'Wat de liefde doet'
van Søren Kierkegaard.
 
1 Kon. 17,10-16 — "De pot meel en de kruik olie raakte niet leeg"
In die dagen stond de profeet Elia op en vertrok naar Sarefat. Toen hij bij de stadspoort kwam was daar een weduwe hout aan het sprokkelen. Hij riep tot haar: “Wees zo goed en haal voor mij in uw kruik een beetje water; ik zou graag wat drinken.” Toen zij het ging halen, riep hij haar na: “Wees zo goed en breng ook een stuk brood mee.” Zij antwoordde: “Zowaar de Heer uw God leeft, ik heb geen brood meer; alleen nog maar een handvol meel in de pot en een beetje olie in de kruik. Ik sprokkel nu wat hout en ga dadelijk naar huis om voor mij en mijn zoon voor het laatst eten klaar te maken; daarna wacht ons de dood.” Elia antwoordde: “Vrees niet, ga naar huis en doe wat u van plan bent, maar maak van het meel en de olie eerst een broodje voor mij en breng mij dat; voor uzelf en uw zoon kunt u daarna zorgen. Want zo zegt de Heer, de God van Israël: De pot meel raakt niet leeg en de kruik met olie niet uitgeput, totdat de Heer het weer laat regenen.” Toen ging zij heen en deed wat Elia gezegd had en dag aan dag hadden zij te eten, zij en haar gezin. De pot met meel raakte niet leeg en de kruik met olie niet uitgeput naar het woord dat de Heer gesproken had door Elia.
Hebr. 9,24-28 — "Christus is de hemel zelf binnengegaan"
Broeders en zusters,
Christus is niet het heiligdom binnengegaan dat - door mensenhanden gemaakt - slechts een symbool is van het waarachtige heiligdom; Hij is de hemel zelf binnengegaan om er nu voor onze zaak bij God present te zijn. Ook hoeft Hij zich daar niet telkens opnieuw te offeren, terwijl de hogepriester, jaar in jaar uit, het allerheiligste binnengaat, met bloed dat niet het zijne is. Anders had Christus meerdere malen moeten lijden, vanaf het begin van de wereld; maar in feite is Hij slechts éénmaal verschenen, op het hoogtepunt van de geschiedenis om door zijn offer de zonden te delgen. Het is het lot van de mens éénmaal te sterven en daarna komt het oordeel; zo is ook Christus éénmaal geofferd, omdat Hij de zonden van allen op zich had genomen; als Hij een tweede maal verschijnt, zal het zijn los van de zonde, om heil te brengen aan allen, die naar Hem uitzien.
 
Mc. 12,38-44 — "Ze gaf alles wat ze bezat..."
In die tijd gaf Jezus bij zijn onderricht ook deze waarschuwing: “Wacht u voor de schriftgeleerden, die graag in lange gewaden rondlopen, die zich laten groeten op de markt, belust zijn op de voornaamste zetels in de synagogen en op de ereplaatsen bij de maaltijden, maar die de huizen der weduwen opslokken, terwijl ze voor de schijn lange gebeden verrichten; over deze mensen zal een strenger vonnis worden uitgesproken.” Hij ging tegenover de offerkist zitten en keek toe, hoe het volk koperstukken daarin wierp, terwijl menige rijke er veel in liet vallen. Er kwam ook een arme weduwe, die er twee penningen, ter waarde van een cent in wierp. Hij riep nu zijn leerlingen bij zich en sprak: “Voorwaar, Ik zeg u: die arme weduwe heeft het meest geofferd van allen, die iets in de offerkist wierpen; allen wierpen ze er iets in van hun overvloed, maar zij offerde van haar armoe al wat ze bezat, alles waar ze van leven moest.”
"Geen lofzang, maar klaagzang"
We hebben kennis gemaakt met twee weduwen. De weduwe uit Sarefat durft het aan om van haar laatste meel een broodje te bakken voor een vreemdeling, die haar brutaal aanspreekt. De weduwe in de tempel gooit gans haar bezit in de offerkist. Zijn dit voorbeelden van generositeit die navolging verdienen?
 
Het verhaal van Elia en de weduwe wil in de eerste plaats tonen hoe sterk en betrouwbaar Jahwe is. De generositeit van de weduwe is eerder bijkomstig.
 
Maar die weduwe in de tempel? Looft Jezus de generositeit van de weduwe in de tempel? Laten we even terugdenken aan wat Jezus aan zijn leerlingen zei: “De weduwe gaf meer dan de anderen. De rijken hielden nog veel over, de weduwe niets.” Moet je op deze manier giften meten? Als je nog veel overhoudt, is de gift niet zo echt. Je zou hierin ook nog een aanbeveling kunnen horen om belastingen procentueel te maken. Is dit Jezus’ visie op een rechtvaardig belastingsysteem? Of zou hij aansporen om te geven tot het pijn doet? Dat zegt hij hier toch niet. Ook over de intentie waarmee je iets geeft, zegt Jezus niets. Hij stelt alleen één en ander vast. Hij roept zijn leerlingen en zegt hen klaar en duidelijk wat ze zelf ook wel zullen gezien hebben. De rijken gaven iets van hun overvloed, de arme vrouw gaf veel van het weinige dat ze had. Maar Jezus looft de weduwe niet. Hij stelt alleen feiten vast. Jezus doet geen aanbevelingen over het geven van giften of aalmoezen.
 
Waarom vertelt Marcus ons dan toch over de goudstukken en de koperstukjes die in de offerkist rollen? Het is toch schrijnend dat die arme weduwe alles weggeeft. Waarom gooit die man met zijn wapperende mantel een goudstuk in de vaas? Zou hij het niet beter aan die magere vrouw met haar kindje geven? In andere omstandigheden neemt Jezus het op voor de zwakke, waarom nu niet? Als we op de context letten, zullen we begrijpen dat hij hier erg begaan is met het lot van de zwakken. Vóór en na de beschrijving van het gebeuren rond de offerkist, zegt Marcus belangrijke dingen.
 
Vóór Jezus zich voor de offerkist zette, deed hij een zware uitval naar de schriftgeleerden. In het oude Israël had een vrouw die weduwe werd geen recht om te erven. Als de kinderen hun moeder niet ondersteunden, moest ze wel gaan bedelen. In vele teksten in de bijbel neemt God het op voor weduwen en de profeten hekelen het uitbuiten van weduwen. En toch moest Jezus vaststellen dat de Schriftgeleerden de huizen van weduwen opeten. Telkens opnieuw herhaalt Jezus de boodschap en de aansporingen van de profeten.
 
Na de scène bij de offerkist, verlaat Jezus met zijn leerlingen de tempel. De leerlingen vragen geen uitleg, ze hebben blijkbaar alles begrepen. Maar als dan één leerling vol lof over het tempelgebouw spreekt, zegt Jezus kortweg dat er geen steen op de andere zal blijven. Jezus zet zich scherp af tegen het religieuze establishment. In de tempel ziet hij veel schijnheiligheid. Al die Schriftgeleerden weten toch dat weduwen het moeilijk hebben. Waarom helpen ze hen niet? Waarom blijven ze de wetten verkondigen, zodat arme weduwen zich verplicht voelen om hun laatste centje in de offerkist te gooien. Wat Jezus ziet gebeuren aan de offerkist is de beste illustratie van zijn verwijten aan de Schriftgeleerden en aan het religieus- en maatschappelijk bestel. Nee, Jezus looft de arme weduwe niet. Hij heeft medelijden met haar. Hij ziet hoe ze slachtoffer is van een systeem waaraan ze zich niet kan onttrekken. Jezus heft geen lofzang aan, maar een klaagzang over de uitbuiting van de zwaksten. Daarom roept hij zijn leerlingen en zegt: “Hier zie je nu de trieste realiteit waarover ik daarjuist sprak”.
 
Jezus wou een andere religie waarin mensen ruimte krijgen en waardig kunnen leven. In onze westerse maatschappij is er geen religieuze dwang, maar kunnen alle mensen er waardig leven? Waar staan onze tempels en wie zijn onze Schriftgeleerden? Zijn in onze geseculariseerde samenleving de banken en de beurzen geen tempels? En de verdedigers van verworven rechten, zijn dat geen Schriftgeleerden? Misschien een beetje karikaturaal, maar wie het schoentje past, trekke het aan.
 
Als we iets kopen en het daarna gebruiken of verbruiken, moeten we denken aan de mensen die het kweekten of vervaardigden. We moeten aandacht hebben voor de arbeid die zit in wat we kopen. We kopen arbeid van overal in de wereld. Maar is die arbeid waardige arbeid? Kunnen mannen en vrouwen hun arbeid vrijwillig kiezen? Onder welke arbeidsomstandigheden wordt er geproduceerd? Wordt die arbeid eerlijk vergoed? Kunnen die mannen en vrouwen hun kinderen naar school laten gaan? Is er geen kinderarbeid? Kunnen de werknemers zich vrij organiseren en kunnen ze hun stem laten horen? Laat het werk voldoende ruimte voor persoonlijk leven, familiaal leven en geestelijk leven? Verzekert het werk voor gepensioneerde werknemers een waardige levensstandaard? Dit zijn actiepunten van de 11.11.11 actie.
 
Maar ik zou ook kunnen verwijzen naar de encycliek “Caritas in Veritate”, “Liefde in waarheid” van Benedictus XVI. In deze encycliek zegt Benedictus XVI: “Zonder waarheid glijdt de liefde af in sentimentaliteit” en “De waarheid bevrijdt de liefde van een reductie tot emotionaliteit die haar van haar redelijke en sociale inhoud berooft”.
 
Dit is ook de boodschap van de perikoop uit het Marcus evangelie van vandaag. We mogen niet sentimenteel worden over de generositeit van de weduwe. We moeten zien hoe ze slachtoffer is van een systeem. Dit betekent natuurlijk niet dat we zelf niet genereus zouden mogen of moeten zijn. Maar als mensen het moeilijk hebben, mogen onze tempels en schriftgeleerden het hen niet nog moeilijker maken.
 
@preekvdw
"Ze leven nóg!!"

Twee weduwen, arm en berooid,
nauwelijks nog in staat
om voor zichzelf te zorgen:
zij geven wat ze hebben;
ze geven alles wat ze nodig hebben
om te kunnen blijven leven.
In woord en in daad worden ze beloond.
Hun delen is hun grote rijkdom.
Ze worden door God gezien,
omdat ze zijn Boodschap,
zonder opzien te baren,
met hart en ziel verstaan.
 
Ze leven nóg: deze mensen.
Midden onder ons zijn er ook,
die weten dat leven delen is.
Ze zoeken niet naar aanzien.
In alle eenvoud geven ze van hun brood,
van hun inspiratie en van hun geloven.
Ze laten zich nergens op voorstaan.
In alle eenvoud geven ze handen en voeten
aan de Blijde Boodschap.
Ze krijgen geen vermelding
in het Book of Records;
wél in het boek van het Leven.
 
 
Wim Holterman
Download deze preek en de lezingen als word-bestand
Wil je dus verder aan de slag met de lezingen en de 'Preek van de week'...
Dan kan je hieronder alles downloaden als word-bestand.
 
 ! KLIK HIER ! 
Onze abonnees...
Dubbel ontvangen...
Misschien ontvangt u deze 'Nieuwsbrief' op twee e-mailadressen. Mogen we u dan vragen één van deze adressen uit te schrijven. Iedere verzending kost ons trouwens centjes.
 
Een nieuw e-mailadres...
Wenst u uw 'Nieuwsbrief' in de toekomst op een andere of nieuw e-mailadres te ontvangen, dan kan u onderaan deze 'Nieuwsbrief' die wijziging zelf doorvoeren.
Volg ons ook via...
Facebook...
We zijn ook te vinden op 'Facebook'.
Ook via dat kanaal
sturen we onze 'Preek van de week' de wereld in.

Klik op het logo... en neem een kijkje.
 
 
Twitter...
Heb je een account op 'Twitter',
volg ons dan en je krijgt een melding
telkens er een 'Preek van de week' verschijnt. 

Klik op het logo... en volg ons.

 
'PREEK VAN DE WEEK'
Vicariaat van de Vlaamse Dominicanen - Ravenstraat 98 - 3000 Leuven.
Verantwoordelijke uitgever: Pater Marcel Braekers o.p. - Vicaris. E-mail: klik hier
Redactie - webmaster: Peter Gijsbrechts o.p. - E-mail: klik hier
Website: klik hier.