Begin november waren we een weekje in Oezbekistan als voorbereiding voor de reizen van 2026 en dit maakte mij nog meer enthousiast over deze "exotische" bestemming.
1. zijderoute-erfgoed: je wandelt letterlijk door de geschiedenis, langs pleinen waar eeuwenlang handelaren hun waren uitstalden
2. blauwe koepels, mozaïeken, kleurrijke minaretten: je waant je in een decor van een duizend-en-één-nacht-sprookje
3. gastvrije mensen die je warm welkom heten in hun cultuur. Overal een kopje thee en een brede glimlach. Communicatie in het Engels lukt goed.
4. uitgestrekte woestijnen, een mix van islamitische tradities en Sovjet-invloeden
5. nog geen massatoerisme. Elke ontdekking voelt écht en onvervalst
Ik voelde mij al op de eerste dag betoverd door dit onbekende land.
Er hangt een soort magie in de lucht hangt. Het is ook een contrast-ervaring. Van stille woestijnen naar de levendige bazaars. Geuren van allerei gedroogd fruit, kruiden, noten, keramiek en thee.
De hoogtepunten zijn de vele paleizen, moskeeën, madrassa's met turquoise tegels, minaretten en poorten die de steden een unieke skyline geven. Maar het waren ook de kleine momenten die indruk maakten: in een dorpje gingen we op bezoek bij lokale mensen en maakten we samen de lunch klaar.
Het eten is er lekker en gevarieerd met een tafel vol van hapjes. Er wordt vooral lam en rund gegeten en men houdt er van koriander. Eten is in Oezbekistan een deel van hun cultuur.
De oktoberreis is reeds volzet. Voor april heb ik nog een tiental plaatsen beschikbaar. Dit jaar wil ik de inschrijvingen afsluiten.