English below

HET HUIS

Opgloeiende koolstofpartikeltjes die in de verhitte lucht omhooglikkende patronen vertonen. Het brandt. De hevige exotherme chemische processen die ermee gepaard gaan, zorgen voor een verterend resultaat. Objecten vervormen, verkleuren en vallen onherkenbaar als asse uiteen in de schroeiende hitte van een reactie die pas stopt wanneer er niets meer is dat nog geoxideerd kan worden. Het brengt de aanwezige getuige in een wankele balans tussen vluchten en blijven kijken. Instinct. Sinds de begintijd reeds, dwingt het onstopbare vuur een onwezenlijk respect af en veroorzaakt het een haast sacraal momentum dat de tegengestelden ‘extase’ en ‘uiterste alertheid’ verenigt.
Wanneer iemands materiële levensgeschiedenis op deze wijze afgesloten wordt, is het alsof alle verbonden herinneringen en gevoelens tijdens dit korte maar hevige proces tegelijk gefixeerd en opgelost worden. Een ‘wormhole’ tussen daarnet en morgen. Een abrupte overgang. Tegenstribbelen kan niet. Een confrontatie met een ongeplande toekomst die er plotsklaps is.
In het natte zwart, tijdens het naroken en sissen en afkoelen begint de nieuwe werkelijkheid. De herinneringen worden nu alleen nog gedragen door het geheugen. Het wegvallen van de objecten die fragmenten van het voorbije leven meedroegen, kan pijn doen, maar er is ook een gevoel van bevrijding van de materieel-psychische binding. De dragers van de geschiedenis verdwijnen, de betekenis blijft achter en zoekt een nieuw hechtpunt. Dit onomkeerbare levenspunt doet gestolde herinneringen plots en intens opflakkeren. De brand verdrijft de ballast. Puurt uit.
Dit werk is een getuigenis van 13 maart 2012. Het ouderlijk huis, dat er altijd was en dat er altijd zou blijven, heeft gebrand. Het fotograferen was een reflex. Het tonen is een herbeleven en bewust worden van de betekenis. Het esthetiseren is een vorm van eerbied voor alles wat er tijdens deze gebeurtenis werd omgevormd van materie in een vernieuwd zijn.
Dirk Veulemans

THE HOUSE
 
Flaring carbon particles merge into patterns of flaming tongues licking skyward. House on fire. Fierce exothermic chemical processes consuming it. Objects change form, change colour and fall apart into unrecognizable ashes through the scorching heat of a reaction that will only stop when nothing is left to be oxidized. It leaves the witness in a delicate balance between fleeing and watching. Instinct. From time immemorial the unstoppable fire induces an intangible respect, causes a near-sacred momentum uniting the opposites of "extasy" and "supreme cautiousness".
 
When someone's material life's story completes this way, in this short but intense process it's as if all linked memories and feelings are fixed as well as dissolved . A wormhole between just now and tomorrow. An abrupt transition. No use resisting. A confrontation with an unplanned future that's suddenly there.
 
In the black wetness among smoke, hissing and cooling the new reality commences. Recall is only sustained by memory now. Parting with objects that carried fragments of a past life can be painful, but there is also a feeling of liberation from the material-psychological bond. The carriers of history vanish, the meaning remains and looks for a new point of attachment. This irreversible point in life has congealed memories suddenly and intensely flaring up. The fire chases ballast. It purifies.
 
This work is a testimony of March 13, 2012. The parental home that was and would be always there burned down. Aesthetizing the event holds a form of respect for everything that was transformed from matter into a renewed state of existence.
Dirk Veulemans