Beste Beste ,
 
 
Op dinsdag 13.10.2026 is er bijeenkomst in Omikron om 14.00 uur.
Zoals altijd zullen we ons best doen om er een aangename en leerrijke namiddag van te maken.
 
Dit wordt de voorlaatste keer van een serie van méér dan honderd muziekmatinées met componisten en voorbeelden die de hele klassieke muziekwereld hebben bestreken
 
 
Hierbij nog de nota’s van vorige keer : 
 
De Versailles club.                                                          Kennisbeurs 8.9.2026
 
In Frankrijk was de naam Louis als koningsnaam nogal populair. De ons bekendste zijn zeker Louis XIV , Louis XV , en Louis XVI. Het was opmerkelijk dat zij, eerder jong, tot zeer jong, op de troon kwamen. Louis XIV (1638 – 1715) was pas 4 jaar en werd in het begin ‘geholpen’ door Mazarin als eerste minister. Louis XV (1710-1774) was dan weer 5 jaar toen hij de troon besteeg ; onder regentschap van Philips d’Orléans.  Louis XVI (1754-1793) was 20 toen het zijn beurt was. Hij overleefde de revolutie niet zo goed : hij werd onthoofd.
Louis XIV betrok definitief het kasteel van Versailles in 1682. Tevoren had hij nog voldoende andere kastelen, maar nu werd alles gecentraliseerd. Het was de tijd van pracht en praal aan het hof. Dit terwijl de bevolking in armoede leefde – het hof koste zeer veel geld (belastingen) .
Aan het hof was muziek een belangrijke zaak. Er verbleven vele muzikanten en componisten. Hieruit doen we een beperkte greep.
Bij Louis XIV behoren : Jean Baptiste Lully (1632-1687) ; Antonia Bembo (1640-1720) ; Marc-Antoine Charpentier (1643-1704) ; François Couperin (1668-1733) ; Michel Richard Delalande (1657-1726).
Bij Louis XV behoren : Jean-Philip Rameau (1683-1764) ; François-André Danican Philidor (1726-1795) ; Jean Bodin de Boismortier ( 1689-1755) ; Jean-Marie Leclair (1697-1764).
Bij Louis XVI behoren : François Joseph Gossec (1734-1829) ; André-Modeste Grétry (1741-1813) ; Ettienne Nicolas Méhul (1763-1817). Deze laatste drie zijn tevens ‘componisten van de revolutie’.
Het is duidelijk dat het eeuwige feest vooral onder Louis XIV en XV duurde.
 
Jean Baptiste Lully.
 
Was een Italiaan van arme afkomst. Omwille van zijn talent werd hij opgemerkt door de graaf De Guise en meegenomen naar Parijs in 1646. Pas in 1652 kwam hij in vaste dienst van Louis XIV. Lully deed mee in het ‘Ballet de la Nuit’ waarin Louis XIV zelf optrad en waar hij zijn naam van Zonnekoning aan over hield. Lully begon met balletten te schrijven waarin hij – een nieuwigheid – meer levendige dansen ten tonele bracht. Als leider van ‘Les petits violons’ promoveerde hij tot leider van alle muziek aan het hof. Samen met Molière schreef hij een aantal ‘comédies-ballets’ zoals ‘Le Bourgeois-Gentilhomme’. Religieuze muziek (vooral motetten) en andere instrumentale muziek werd eveneens gecomponeerd.
Lully werd in 1661 tot fransman genaturaliseerd.
Pas vanaf 1671 keerde Lully zich naar de opera. Hij schreef er vanaf dan elk jaar één. Zoals : Amadis ; Atys ; Armide en nog 11 andere.
In 1681 verkreeg hij het ereambt ‘Sécretaire du Roi’
Tijdens een uitvoering van een Te Deum liep het mis. De maat werd aangegeven door met een staf vertikaal op de vloer te tikken (misschien is slaan een beter woord). Lully sloeg op zijn teen, dat genas niet en het werd gangreen, een toen niet mogelijk te behandelen aandoening, en overleed wat later.
 
Antonia Bembo
 
Deze zangeres en componiste kwam aan in Parijs in 1676. Hoe ze tevoren leefde is niet bekend behalve dat ze getrouwd was en kinderen had.
Ze verbleef aan het hof te Versailles. De meeste van haar composities (wat overblijft) zijn opgedragen aan Louis XIV. Het lijkt ons normaal dat ze vooral vocale muziek componeerde : ze was een uitstekende sopraan.
Van haar is er nog de verzameling ‘Produzioni armonichi’ : 41 aria’s en cantates in Italiaans, Frans en Latijn bewaard gebleven.
 
Marc-Antoine Charpentier
 
Deze Franse componist studeerde eerst in Rome en werd daarna privé componist bij Marie de Guise (tot 1688).  Charpentier werkte samen met Moliére voor de Comédie Française en was werkzaam aan enkele kerken in Parijs. Uiteindelijk werd hij kapelmeester aan de ‘Sainte Chapelle’.
Charpentier componeerde vooral kerkmuziek. We citeren het Te Deum H 146 ; nu nog bekend. Verder liet hij zich niet onbetuigd op ander gebied : hij schreef 7 opera’s, een tiental pastorales en veel kamermuziek.
 
François Couperin ‘Le Grand’
 
Hij is de grootste uit een componisten – en organisten -  dynastie. Bij ons is hij vooral bekend om zijn clavecimbel muziek. Het zijn geen ‘suites’ maar ‘ordres’ die het belangrijkste deel van zijn oeuvre uitmaken. Alles bijeen zijn dat zowat 240 stukken. Hij was een bijzonder begaafde  miniaturist.
Er is een verzameling ‘Concerts royaux en daarna ‘Les goûts réunis ou nouveaux concerts’
Van bij hem hebben we de aanduiding ‘Les goûts réunis’, wat slaat op het combineren van werk in zowel Italiaanse als Franse trant.
F.Couperin werd benoemd als ‘organiste du roi’ (1693) en (1717 ‘Ordinaire de la musique de la chambre du roi pour le clavecin’.
Voor kamermuziek citeren we ‘Pièces de viole’ – (In Franrijk was viole de benaming voor viola da gamba). Religieuze muziek is er natuurlijk ook.
Couperin was zeer bekend in zijn tijd. Bach nam al werk van hem over. Later componeerde Ravel : ‘Le tombeau de Couperin’. Johannes Brahms was mee actief in de volledige uitgave van het werk van Couperin.
 
Michel Richard Delalande
 
Over de opleiding van Delalande is niets bekend behalve dat hij viool, clavecimbel en orgel leerde spelen.
Hij werd aanbevolen bij de dochter van Madame De Montespan als clavecimbelleraar. Hij was ook werkzaam als organist in kerken. Een kapelmeester in de chapelle royale werd aangesteld voor één kwartaal ’s jaars. Delalande kocht zich in en werd uiteindelijk titularis voor alle 4 kwartalen. In 1709 kreeg hij ook de titel ‘Compositeur de la musique de chambre du roi’ er bij. Hij werd zelfs ‘Chevalier de l’Ordre de St.Michel’.
Delalande was de meest befaamde componist van ‘grand motets’. Hij componeerde er minstens 75.
Voor het hof componeerde hij veel wereldse muziek. Zijn ‘Symphonies pour les soupers du roi’ werden om de veertien dagen gespeeld. Hij schreef er vele suites van.
 
Jean Philip Rameau
 
Rameau kwam vroeger reeds aan bod maar we mogen we hem hier niet vergeten.
Rameau was, hoewel reeds op latere leeftijd, nauw verbonden aan het hof van Louis XV. Dit vanaf  1745. Hij verkreeg er de titel ‘Compositeur de la musique de la chambre du roi » en was zeker de belangrijkste hofcomponist van zijn tijd.
Rameau kon rekenen op de bescherming van Mme de Pompadour – zelf zangeres en actrice ; de officiële minnares van de koning. Zij had zelfs een eigen ‘Théâtre des Petits Appartements’ in het kasteel, waar ze zelf voorstellingen organiseerde. Rameau componeerde er voor haar verschillende opera’s. Voltaire leverde enkele teksten.
Hier past een alinea omtrent ‘La querelle des bouffons’ (1752-54) :
In 1752 werd ‘La serva padrona’ van Pergolesi opgevoerd.. De verdeeldheid ging over wat het beste was : de moderne, lichte Italiaanse stijl ofwel de traditionele Franse hofstijl. Ze uitte zich in een ‘Coin du roi’, die de Franse stijl de voorkeur gaf (Louis XV + De Pompadour + Rameau) ; en een ‘Coin de la reine’ (met koningin Maria Leszczynska en de filosofen) ten voordele van de Italiaanse opera buffa.
Rameau trok zich niet veel aan van de aanvallen van Jean-Jacques Rousseau (alhoewel hij antwoorde op de pamfletten). In 1754 hield de ‘strijd’ op : de koning zetten de Italianen weg uit Parijs. De Franse formele stijl won, maar de Franse opera was toch definitief veranderd : de twee stijlen mengden ‘op natuurlijke wijze’.
 
François-André Danican Philidor
 
Werd ook ‘Le grand’ genoemd want hij kwam uit een muzikale familie. Zijn vader André was fagottist en componist in het hoforkest bij Louis XV.
Reeds jong was François-André lid van het hofkoor.
De composities waarmee Philidor startte waren muzieken voor kermistheaters. Maar vlug werd hij een echte opera componist : hij produceerde er 27. Daarbuiten schreef hij cantates en motetten.
Philidor was schaker. In dit spel excelleerde hij ; hij schreef twee boeken hieromtrent en sommige zetten zijn naar hem vernoemd.
Philidor was een reiziger. Hij was in Engeland toen de revolutie uitbrak. Even daarna overleed hij er.
 
 
Joseph Bodin de Boismortier
 
Van zijn opleiding weten we niets. Wel dat hij afkomstig was uit Thionville, verhuisde over Metz naar Perpignan. Joseph werkte er bij de tabakscontrole. Hij trouwde er Marie Valette, een rijke juweliersdochter. In 1724 trokken ze naar Parijs.
Joseph componeerde in alle genres van de muziek en hij bekwam de koninklijke toelating voor het drukken van muziek.  Hij werd uitgever, ook van eigen werk. Hiermee had hij veel succes  en genoot een grote populariteit. Hij werd er rijk mee.
Joseph was in dienst van niemand. Voor zijn tijd was dat zeer uitzonderlijk. Een criticus schreef : “ Bienheureux Boismortier, dont la fertile plume peut tous les mois sans peine, enfanter un volume ».
Als antwoord hierop zei hij : “Ik verdien geld.”
 
Jean-Marie Leclair
 
Hij was violist en componist, afkomstig uit Lyon. Hij is de grondlegger van de Franse vioolschool.
Leclair begon als danser en balletmeester aan de opera van Lyon. Trok daarna naar Turijn waar hij zijn virtuositeit in het vioolspel afwerkte. Als vioolvirtuoos verbleef hij vervolgens vier jaar aan het hof bij Louis XV. Hij werd opgemerkt door Willen IV van Oranje-Nassau en kwam op diens hof terecht in Leeuwarden. Na een tijdje keerde hij terug naar Parijs en trad in dienst van de hertog van Gramont.
Jean-Marie Leclair werd vermoord. Een commentaar luidde : “De moordenaars waren monsters die noch tot hun land, noch tot hun eeuw behoorden ! “
Jean-Marie Leclair componeerde bijna uitsluitend voor zijn instrument : vioolconcerti en sonates. Verschillende sonates werden tevens aangeduid als te spelen door fluit i.p.v. viool. Hij werd “de Corelli van Frankrijk” genoemd of nog : “De Franse Bach”.
Een criticus schreef : Leclair is de eerste componist die, zonder anderen te imiteren,   iets precieus  en ‘nieuw’ heeft geschapen, iets dat duidelijk van hem is. (Bij de publicatie van het derde boek vioolsonates).
 
Nota’s : Karel Van Eycken
 
 
 

  -
 
Karel Van Eycken :: Klassieke muziek
 Kennisbeurs-Steenokkerzeel :: Maatschappelijke zetel: Vinkenbaan 41  1820 Steenokkerzeel (Perk)