'PREEK VAN DE WEEK'
Uw vitamientje voor de geest

 
21 februari 2018
 
Voor onze website: KLIK HIER
Stuur ons een e-mail: KLIK HIER
2de zondag van de 40-dagentijd - B-jaar 2018.
"Veranderen van gedaante"

Gen. 22,1-2.9a.10-13.15-18  -  Rom. 8,31b-34  -  Mc. 9,2-10
"Kom met Mij de berg op - zegt God"
Net als Jezus dat deed,
zo wil Ik ook jou uitnodigen
met Mij een berg op te gaan – zegt God –
om de rust en de stilte op te zoeken
en te ervaren dat leven in mijn nabijheid
je ‘anders’ en ‘nieuw’ kan maken.
 
Want hoe sterker je Mij in je leven toelaat,
des te meer zullen je ogen glinsteren van liefde.
Je mond zal alleen maar goede dingen vertellen
en je handen zullen dienstbaar zijn
en op die manier van Mij getuigen.
Je zult stralen als de zon,
omdat je als een spiegel
mijn tederheid zult weerkaatsen.
Erwin Roosen
 
Gen. 22,1-2.9a.10-13.15-18  — "Ik weet nu dat u God vreest"

 
In die dagen gebeurde het dat God Abraham op de proef stelde. Hij zei tegen hem: `Abraham.’ En hij antwoordde: `Hier ben ik.’ Hij zei: `Ga met Isaak, uw zoon, uw enige, die u liefhebt, naar het land van de Moria, en draag hem daar, op de berg die Ik u zal aanwijzen, als brandoffer op.’ Toen zij de plaats die God hem had aangewezen bereikten, bouwde Abraham daar een altaar, stapelde er het hout op, bond zijn zoon Isaak vast en legde hem op het altaar, bovenop het hout. Toen Abraham echter zijn hand uitstak naar het mes om daarmee zijn zoon te offeren, riep de engel van de Heer hem vanuit de hemel toe: `Abraham, Abraham!’ En hij antwoordde: `Hier ben ik.’ En Hij zei: `Raak de jongen met geen vinger aan en doe hem niets! Ik weet nu dat u God vreest, want u hebt Mij uw zoon, uw enige, niet willen onthouden.’ Abraham keek om zich heen en zag een ram die met zijn hoorns in het struikgewas vastzat. Hij greep de ram en droeg die als brandoffer op, in plaats van zijn zoon. Toen riep de engel van de Heer voor de tweede maal uit de hemel tot Abraham en zei: `Bij Mijzelf heb Ik gezworen – godsspraak van de Heer – omdat u dit gedaan hebt en Mij uw zoon, uw enige, niet hebt onthouden, zal Ik u overvloedig zegenen en uw nakomelingen even talrijk maken als de sterren aan de hemel en de zandkorrels aan het strand van de zee. Uw nakomelingen zullen de poort van hun vijand bezitten. Om uw zaad zullen alle geslachten van de aarde zich gezegend noemen, omdat u naar mijn stem hebt geluisterd.’
Rom. 8,31b-34 — "Als God vóór ons is, wie zal dan tegen ons zijn?"
Broeders en zusters,
Als God vóór ons is, wie zal dan tegen ons zijn? Hij heeft zelfs zijn eigen Zoon niet gespaard; voor ons allen heeft Hij Hem overgeleverd. En zou Hij ons na zo’n gave ook niet al het andere schenken? Wie zal Gods uitverkorenen aanklagen? God die rechtvaardigt? Wie zal hen veroordelen? Christus Jezus misschien, die gestorven is, meer nog, die is opgewekt en die, gezeten aan de rechterhand van God, onze zaak bepleit?
 
Mc. 9,2-10 — "Zijn kleren waren schitterend wit"
Op zekere dag nam Jezus Petrus, Jakobus en Johannes met zich mee een hoge berg op, waar Hij met hen alleen was. Voor hun ogen veranderde Hij van gedaante, en zijn kleren werden schitterend wit, zoals geen bleker op aarde ze maken kan. Elia verscheen hun samen met Mozes, in gesprek met Jezus. Petrus zei daarop tegen Jezus: `Rabbi, het is maar goed dat wij hier zijn; laten wij drie hutten maken, voor U een, en voor Mozes een, en voor Elia een.’ Want hij wist niet wat hij moest zeggen; zo vol ontzag waren ze. Er kwam een wolk die hen overdekte, en er klonk een stem uit de wolk: `Dit is mijn geliefde Zoon; luister naar Hem.’ Toen ze rondkeken, zagen ze ineens niemand meer, alleen Jezus was bij hen. Terwijl ze van de berg afdaalden, bezwoer Hij hun niemand te vertellen wat ze gezien hadden, voordat de Mensenzoon uit de doden zou zijn opgestaan. Dit woord grepen ze aan om onder elkaar te bespreken waarop dat `uit de doden opstaan’ sloeg.
"Veranderen van gedaante"
We lazen het evangelie van de ‘gedaanteverandering’. Het gaat om Jezus, om drie van zijn intiemste vrienden, en ook om ons.
 
Als we een fotoalbum bekijken, zien we hoe dikwijls we van gedaante zijn veranderd. Als baby, als kind, als puber, als jongvolwassene en als iemand van 25, 60, 70, of 80 jaar. We zien er telkens anders uit. Eén of andere vriend of vriendin, die we na jaren terugzien, houdt ons meestal die spiegel voor: ‘Ik kon die echt niet meer herkennen. Wat was die veranderd!’, klinkt het dan.
Maar daarbij gaat het vaak niet alleen om een uiterlijke gedaanteverandering. Iemand die vroeger overkwam als gesloten, bedeesd, introvert, zwijgzaam, kan na jaren veranderd zijn in iemand met een innemend gelaat, vriendelijk, open, lachend, spraakzaam. Of iemand die vroeger streng was, pietluttig de puntjes op de ‘i’ zette, leefde volgens principes en regels, kan soepel geworden zijn, bereid tot vernieuwing en verandering.
 
Misschien treft ons nog het meest de gedaanteverandering van medechristenen. Van vrome kerkgangers kunnen ze veranderen in onkerkelijken en zelfs ongelovigen. Trouwens, zijn we buiten de muren van het kerkgebouw nog steeds die vrome biddende mens die we tijdens de zondagviering zijn?  
 
Het is dus duidelijk dat wij op alle gebied gedaanteveranderingen kunnen ondergaan. Maar wat is dan onze ware gedaante? Hebben we een gedaante waarvan mensen kunnen zeggen: ‘Op die mens kan ik rekenen, van hem/haar ben ik absoluut zeker, die kan ik helemaal vertrouwen.’ Ook als we soepel en flexibel moeten zijn en moeten openstaan voor verbetering, vernieuwing en verandering, hebben we dan toch ook een bepaalde vaste ingesteldheid? Zijn we authentiek? Zijn we ‘echt’? Voelen mensen dat we achter onze woorden staan? Dat we waarachtig leven?
 
Onze ware gedaante, de kern van ons wezen, de bron van waaruit we leven, komt niet altijd pregnant naar buiten in het gewone dagelijkse leven. Soms is er een topervaring of een dieptepunt nodig waardoor onze ware gedaante expliciet naar voren komt. De apostelen hebben die topervaring gezien op de berg Tabor en het dieptepunt op die andere berg Golgotha.
 
Jezus nam zijn drie uitverkorenen mee op de berg. Weg van de wereld. Dicht bij God. De berg en de wolk zijn in de Bijbel symbolen voor Gods aanwezigheid. Op de berg krijgen de apostelen een visioen. Ze zien Jezus in stralend wit gewaad. Wit, de kleur van de verrijzenis! De profeet Elia en Mozes verschijnen. Elia was de profeet die het volk had bevrijd van afgodendienst en zou terugkomen op het einde der tijden, bij het laatste oordeel. Mozes had het volk bevrijd uit de slavernij van Egypte en had van God op de Sinai, de Thora (de Wet), gekregen als een wegenkaart om te leven volgens Gods weg. Elia en Mozes onderhielden zich met Jezus. Ze waren als het ware zijn vertrouwelijke bondgenoten. Jezus was de profeet bij uitstek en de lang verwachte Messias, de gezalfde Gods, de uiteindelijke Redder, de nieuwe Mozes.
 
De apostelen stonden perplex en werden euforisch bij het zien van hun Rabbi in zijn onsterfelijke witte gedaante en in gezelschap van de twee grootste namen uit de Joodse geschiedenis. En ze horen ook nog de goddelijke stem uit de wolk: ’Dit is mijn Zoon, de Welbeminde, luister naar Hem.’ Het maakt hen zielsgelukkig dat ze dit mogen meemaken, zodat Petrus drie tenten wil bouwen om daar te blijven. Maar dit uitzonderlijk visioen was juist een krachtbron om af te dalen naar de weg in het dal, die een kruisweg zou worden voor hen allen.
 
Lang geleden hoorde ik bij dit evangelie eens het voorbeeld geven van een schooldirecteur. Die was niet graag gezien. Ook niet door de leerkrachten. Hij kreeg soms woedeaanvallen en ging dan geweldig te keer. Toen hij op vakantie vertrok, overhandigde zijn personeel hem een briefje. Er stond in: ‘Beste directeur, kom anders terug of kom anders maar niet terug.’
 
Zijn de drie apostelen anders geworden door het visioen op de berg Tabor? Ze hebben even de ware gedaante van Jezus in zijn heerlijkheid mogen zien. Straks zullen ze getuige zijn van Jezus’ ontluistering. Daar moesten ze kracht voor krijgen. Maar Petrus zal Jezus verloochenen en de anderen zullen wegvluchten. Maar later, met Pinksteren, komen ze terug. Dan worden zij onverschrokken getuigen van Jezus’ verrijzenis. Dan zullen ze Hem overal verkondigen en uiteindelijk ook zelf de marteldood sterven. Ja, ze zijn anders geworden.
 
Welke topervaring moeten wij meemaken om anders te worden? Een topervaring van liefde met een zeer geliefde medemens, om straks het lijden en de dood van hem of haar te kunnen doorstaan en te kunnen verwerken? Een topervaring met Jezus tijdens een retraite, op een bezinningsdag of in een gebedsdienst of eucharistie of geheel alleen in gebed, om straks in een heel moeilijke tijd te kunnen blijven geloven in zijn nabije aanwezigheid als Verrezene?
 
Misschien kunnen ze ook tegen ons zeggen als we voor korte of lange tijd van huis weggaan: ’Kom anders terug!’ Jezus bleef trouw aan zijn ware gedaante, zowel in de topervaring van Tabor als in het dieptepunt van Golgotha. Hij bleef wie Hij was: Gods welbeminde Zoon! De apostelen hadden meer tijd nodig om van gedaante te veranderen! Wij waarschijnlijk ook!
 
@preekvdw
"Ik-zal-er-zijn-voor-u"

 Als twijfel en angst ons leven aanvreten
en de moed ontbreekt om door te gaan,
toon ons dan de weg naar de berg:
die plek van stilte om even met U alleen te zijn,
om kwaad en zorgen af te geven
aan U, die onze grote Drager bent.
 
Zet ons dan op het spoor
van Mozes, Elia en Jezus,
die ook hun angst en twijfel hebben gekend,
en toch hun keuze trouw gebleven zijn,
en zo dragers zijn geworden van uw Licht.
 
Leer ons ons te spiegelen aan hen
die zo dicht met U verbonden waren,
zo intens vanuit U leefden,
dat zij uw licht, uw naam uitstraalden,
en alles in hen sprak van
“Ik zal er zijn voor u”.
 
Doe ons weten dat Gij in hen te vinden zijt,
in ons te zien zult zijn
als wij verder gaan op hun weg.
 
Geef ons nu en dan, en soms heel even,
zo’n moment van licht in uw stilte,
in het weten dat wij door U bemind zijn,
en toon ons dan de weg naar de vlakte,
naar het dagelijkse leven,
om met uw kracht uw weg verder te gaan.

Carlos Desoete
Predikbroeders in woord en daad
Dominicanen in Vlaanderen in de twintigste eeuw
De orde der dominicanen, ook gekend als predikbroeders of predikheren, bestaat in 2016 achthonderd jaar.
Op vraag van de Vlaamse dominicanen heeft de faculteit Theologie en Religiewetenschappen van de KU Leuven een boek samengesteld waarin de recente geschiedenis van de dominicanen in Vlaanderen centraal staat. Onderzoekers van de faculteit hebben origineel werk verricht in verband met figuren en activiteiten die het Vlaamse dominicaanse leven in de twintigste eeuw karakteriseren.
De rode draad in het boek is dan ook de verkondiging of prediking 'in woord en daad', die tot het wezen van het dominicaanse leven behoort. Of het nu gaat om spirituele, theologische, culturele, sociale of politieke kwesties, de dominicanen hebben, tot vandaag, steeds blijk gegeven van wat in hun motto 'Veritas' besloten ligt: ze zijn rusteloze Godzoekers die doorheen de tijd hun leven in dienst stellen van de steeds weer te ontdekken waarheid. De predikbroeders hebben op hun eigen wijze het verhaal van Dominicus gestalte gegeven in de geschiedenis van kerk en maatschappij in Vlaanderen. Hiervan wil dit boek een weerslag bieden.

Met bijdragen van Dries Bosschaert, Marcel Braekers, Mark De Caluwe, Bernard de Cock, Georges De Schrijver, Ignace D'hert, Leo Kenis, Mathijs Lamberigts, Anton Milh, Toon Osaer, Stephan van Erp, Dries Vanysacker en Sander Vloebergs.
 
Als abonnee bij 'Preek van de week' kan u dit boek,
voor de prijs van 25,95euro,
rechtstreek bestellen via de website van uitgeverij 'Halewijn' te Antwerpen: Klik hier. 
Dominicus ontmoeten
Dominicus de gedreven prediker

De Spaanse priester Dominicus stichtte achthonderd jaar geleden de Orde der Predikers, beter bekend als de dominicanen.
Na een moeizaam begin groeide de Orde uit tot een invloedrijke internationale beweging van religieuze mannen en vrouwen, tot op de dag van vandaag.
 
In dit boek leren we Dominicus kennen als een gedreven prediker die voortdurend biddend en denkend contact hield met God. Tegelijk had hij oog voor de concrete noden en vragen die op zijn pad kwamen. Een heilige om na te leven. 

De auteur van het boek, Paul Dominikus Hellmeier ( °1977, Landshut, Duitsland) trad in 1999 in bij de orde van de dominicanen.
Van 2010 tot 2015 was hij werkzaam als docent middeleeuwse wijsbegeerte.
Thans is hij rector van de Theatinerkerk in München en prior van het daaraan verbonden Dominicanenklooster.
Als abonnee bij 'Preek van de week' kan u dit boek,
voor de prijs van 16,50 euro,
rechtstreek bestellen via de website van uitgeverij 'Halewijn' te Antwerpen: Klik hier. 
Download deze preek en de lezingen als word-bestand
Wil je dus verder aan de slag met de lezingen en de 'Preek van de week'...
Dan kan je hieronder alles downloaden als word-bestand.
 
 ! KLIK HIER ! 
Onze abonnees...
Dubbel ontvangen...
Misschien ontvangt u deze 'Nieuwsbrief' op twee e-mailadressen. Mogen we u dan vragen één van deze adressen uit te schrijven. Iedere verzending kost ons trouwens centjes.
 
Een nieuw e-mailadres...
Wenst u uw 'Nieuwsbrief' in de toekomst op een andere of nieuw e-mailadres te ontvangen, dan kan u onderaan deze 'Nieuwsbrief' die wijziging zelf doorvoeren.
Volg ons ook via...
Facebook...
Vanaf nu zijn we ook te vinden op 'Facebook'.
Ook via dat kanaal sturen we onze
'Preek van de week' de wereld in.

   
Klik op het logo... en neem een kijkje.
 
Twitter...
Heb je een account op 'Twitter',
volg ons dan en je krijgt een melding
telkens er een 'Preek van de week' verschijnt. 

 
Klik op het logo... en volg ons.
'PREEK VAN DE WEEK'
Vicariaat van de Vlaamse Dominicanen - Ravenstraat 98 - 3000 Leuven.
Verantwoordelijke uitgever: Pater Marcel Braekers o.p. - Vicaris. E-mail: klik hier
Redactie - webmaster: Peter Gijsbrechts o.p. - E-mail: klik hier
Website: klik hier.