Na werken in Bordeaux, Spanje en een tournee naar de V.S. werd hij aangesteld als eerste danser van het Keizerlijk Ballet van St.Petersburg. Hij zou er tot 1905 de balletwereld domineren als danser en later als choreograaf. Componisten die voor hem (= de keizer, dus) werkten waren o.a. Leon
Het was Diaghilev die zorgde voor vernieuwing.
Sergej Diaghilev
Hij was criticus, ondernemer, ballet impresario ; geen componist, maar wel een tijd leerling van Rimski-Korsakov.
Diaghilev werd geboren in Perm, een stad in de Oeral op ongeveer 1100 km van Moskou. Zijn vader, een zeer welstellende dokter, was zeer streng voor zijn opvoeding. De familie was zeer kunstminnend : zo was er elke tweede dinsdag van de maand een huisconcert. Diaghilev werd naar St.Petersburg gestuurd : hij studeerde er aan Keizerlijke Universiteit van Sint Petersburg en dat duurde royaal 6 jaar. Diaghilev keek wat rond zonder goed te weten wat te doen. Hij begon expo’s te organiseren : schilderkunst interesseerde hem en hij had rijke sponsors gevonden.
Dit mondde uit in een tentoonstelling in het ‘Grand Palais’ in Parijs met 750 werken van 103 Russische artiesten.
Diaghilev werkte tegelijk in het keizerlijk theater maar door onenigheid liet hij het vallen en vertrok naar Parijs. Het was 1906. Een jaartje later organiseerde hij er de ‘historische Russische concerten’ met werk van Rimski-Korsakov, Rachmaninoff en Glazoenov. Ook met sponsoring. Het jaar daarop monteerde hij in de opera Garnier (gevolgd door een tournee in Frankrijk) Boris Godounov van Moessorgsky met overweldigend succes. De finantiële put was in evenredigheid.
Balletvoorstellingen hadden niet zijn grootste belangstelling, maar in 1909 organiseerde hij toch zijn eerste seizoen in het Théâtre du Châtelet. Naast drie opera’s - Boris Godounov, Het meisje van Pskov (Rimski), Ruslan en Ludmilla (Glinka) – begon hij met ‘ Le Pavillon d’Armide’ (Nicolai Tsjerepnin), de Polovtiaanse dansen (Borodin) en ‘Les Sylphides’ (bew. Chopin). Zijn dansers werden ineens wereldsterren : Vaclav Nijinski ; Anna Pavlova ; Tamara Karsavina …
Diaghilev bracht vernieuwing na Marius Petipa : hij maakte ballet-spektakels zoals Wagner in zijn opera’s al deed : een ‘Gesammtkunstwerk’, een synthese van dans, muziek, decor, kostuums en alle mogelijke visuele effecten.
Vele balletten volgden en componisten werden gevraagd nieuwe muziek te componeren. Het repertorium dat zo gevormd werd is geweldig indrukwekkend en vele werken werden bovendien vaste waarden op concerten.
Na WO.I kon Diaghilev niet meer terug naar Rusland. Met de naoorlogse jaren was het moeilijker om nog rijke mecenassen te vinden. Daardoor werden de mogelijkheden minder en de financiën slechter.
Diaghilev overleed in 1929, slechts 57 jaar oud aan diabetes.
Na Diaghilev zwermden de dansers en choreographen uit. Zo ging G.Balanchine naar New York ; Ninette de Valois naar Engeland. Serge Lifar bleef aan de opera in Parijs.
Nicolai Tsjerepnin (1873-1945)
Russisch componist, dirigent, pianist, leraar. Leerling van Rimski-Korsakov. Leraar van o.a. Sergei Prokofiev. Hij componeerde ‘Le Pavillon d’Armide’ waarmee Les Ballets Russes debuteerden in Parijs. Hij was een tijd dirigent van het orkest van Diaghilev. ‘Narcisse et Echo’ was een ander ballet voor Diaghilev
Le Sacre du Printemps.
Igor Stravinsky was een jonge componist, aan huis bij Rimski-Korsakov, zijn leraar. Ook Diaghilev kwam er over de vloer.
Diaghilev had succes geboekt met zijn ‘Ballets Russes’ in Parijs en hij verzocht Stravinsky voor hem balletmuziek te componeren. De eerste opdracht werd ‘De Vuurvogel’ ; wat later volgde, gezien het grote succes daarvan, ‘Petroesjka’ en als derde ‘Le Sacre du Printemps’. Dit zijn ontegensprekelijk de eerste drie meesterwerken van Stravinsky.
Stravinsky zei : ‘ Terwijl ik werkte aan ‘De Vuurvogel’ zag ik in mijn verbeelding een spektakel van grote heidense rites.’ Er was het beeld van een cirkel van oude wijzen die de dans ‘tot der dood’ van een geofferd jong meisje observeren opdat de goden gunstig zouden zijn voor een vruchtbare lente.
De muziek van ‘Le Sacre’ was – voor zijn tijd - revolutionair. Stravinsky : ‘Ik had het gevoel binnen te dringen in het geheim van het ritme van de lente’.
Vanaf een inleiding (Het ontwaken van de natuur na de lange Russische winter) ontwikkeld de muziek zich zo dat ze, over verschillende taferelen naar een dramatisch einde toegaat. De choreografie was van V.Nijinski. De première was een van de grootste schandalen in het Parijse Théätre des Champs-Elysées op 29 mei 1913. Het publiek was ontzet ‘door de barbaarse dans en de ruwheid van de muziek’. Er werd gefloten en geroepen – wat boven de muziek uitkwam. Het ballet werd wel volledig gedanst. De pers was nadien ook niet mals : ze sprak van ‘Le massacre du printemps’. Debussy vond de muziek maar niks, terwijl Ravel het had over een geniaal werk. Stravinsky was oververmoeid en deed een tyfus-aanval waardoor hij 6 weken out was.
Het jaar daarop, in april 1914, werd ‘Le Sacre’ in concertversie opgevoerd, en dit met overdonderend succes. Het blijft een geniaal werk.
Parade (Créatie 1917)
Naar een idee van Jean Cocteau ; muziek van Erik Satie ; decor en kostuums Pablo Picasso. Het is een kubistisch ballet geworden omwille van de kostuums. De muziek van Satie viel niet bepaald in de smaak omdat er ‘concrete elementen’ in gebruikt werden zoals bv. Een type machine. L.Massine maakte de choreografie : hoekig en niet meer klassiek. De dichter Guillaume Apollinaire bedacht hierbij de term ‘Surréalisme’. Na ‘Le Sacre du Printemps’ was dit een bijna even groot schandaal. Satie antwoorde op een criticus : ‘Meneer en beste vriend, U bent niets anders dan een klootzak, en bovendien een klootzak zonder muzikaal gehoor’. Satie kreeg er 8 dagen gevangenis voor plus een geldboete. Door tussenkomst van de Princesse de Polignac moest hij niet gaan zitten : zij betaalde.
Michel Fokine (1880-1942)
Choreograaf en danser die studeerde aan de keizerlijke balletschool bij Marius Petipa. In 1905 creëerde hij zijn eerste ballet : ‘Acis & Galathea’ gevolgd door ‘De Stervende zwaan’ (muziek C.Saint-Saëns) speciaal voor Anna Pavlova, die dit werk meer dan 4000 keer zou dansen. Na de grote successen met Les Ballets Russes trok hij naar Amerika in 1914. Hij maakte meer dan 80 balletten.
Vaclav Nijinski (°Kiev 12.3.1889 – + London 8.4.1950)
Nijinski was een legendarische balletdanser. Hij studeerde aan de Keizerlijke balletschool in St.Petersburg vanaf zijn 9de jaar. Hij word beschouwd als de grootste danser van de 20ste eeuw. Zijn loopbaan duurde amper 9 jaar. In 1919 stortte hij in ; hij werd gek. Zijn laatste 30 jaar bracht hij door in hospitalen en asielen. De choreografie van ‘Le Sacre’ door Nijinski was ‘verloren’ gegaan, maar na jaren zoeken en verzamelen kon R.Joffrey, Millicent Hodson en Kenneth Archer deze weder samenstellen en opnieuw opvoeren in 1987.
Leonide Massine (1896-1979)
Danser en hoofdchoreograaf bij de ‘ballets Russes’ na de periode Fokine en Nijinski. Zijn belangrijkste werk voor het gezelschap was de choreografie voor ‘Parade’, (zie eerder) . Hij werkte verschillende keren samen met Picasso en Stravinsky. Na 1929 stichtte hij met enkele dansers Les Ballets Russes de Monte Carlo, als opvolger. Na een tijd vertrok hij naar Amerika waar hij zowel als danser, als choreograaf grote successen boekte.
George Balanchine (1904-1983)
Was vooraanstaand danser bij de Ballets Russes. Kwam uit Georgië. Maakte zijn eerste ballet voor ‘Les Ballets Russes’ op muziek van Henri Sauguet (La Chatte) . Na 1929 trok Balanchine naar Amerika (New York) en stichtte het Amerikaans ballet theatre. Hij bleef samenwerken met Stravinsky die eveneens naar Amerika uitweek. Balanchine zou in totaal 39 balletten maken op muziek van Stravinsky – o.a. ‘Circus Polka’ voor olifanten en dansers voor het circus van de ‘Ringling Bros’.
Bronislava Nijinska (1891-1972)
Zus van Vaclav Nijinski, Danseres en choreografe. Zij werkte als choreografe vooral tussen 1922 en 1929 voor de Ballets Russes nadat Leonid Massine was weggegaan bij het gezelschap. Zij was toonaangevend in haar kunst, ook na 1929, en een voorbeeld voor de vrouwelijke choreografen. Ze maakte een zestigtal balletten waarvan er maar enkele bewaard zijn gebleven. Een absoluut hoogtepunt was het ballet ‘Les Noces’ op muziek van Stravinsky.
Lijstje.
De namen van de bekendste dansers en choreografen zijn hierboven reeds aan bod gekomen ; nu nog de belangrijkste balletten met hun componisten uit de Diaghilev tijd.
1909 – Le Pavillon d’Armide Nicolai Tsjerepnin M.Fokine (+ L.Bakst)
Les Sylphides Frederik Chopin M.Fokine
Polovtiaanse dansen Alexander Borodin M.Fokine
1910 – Sheherazade N.Rimsk-Korsakov M.Fokine (dans Nijinski)
Giselle Adolphe Adam M.Fokine
De Vuurvogel Igor Stravinsky M.Fokine
Feu d’artifice Igor Stravinsky M.Fokine
1911 – Petroesjka Igor Stravinsky M.Fokine (dir. P.Monteux)
Narcisse et Echo Nicolai Tsjerepnin M.Fokine
La Péri Paul Dukas I.Clustine
1912 – Prélude à l’après-midi d’un faune Cl.Debussy V.Nijinski
Daphnis et Chloé M.Ravel M.Fokine
1913 – Le Sacre du Printemps Igor Stravinsky V.Nijinski
La tragédie de Salomé Florent Schmitt V.Nijinski
1914 – De gouden Haan N.Rimski-Korsakov M.Fokine
1917 – Les femmes de bonne humeur D.Scarlatti/Tomassini L.Massine
Parade Erik Satie L.Massine (+ Picasso)
1919 – La boutique fantasque Rossini-Respighi L.Massine
El sombrero del tres picos Manuel de Falla L.Massine (+ Picasso)
1920 – Le chant du rossignol Igor Stravinsky L.Massine (+ Matisse)
Pulcinella Igor Stravinsky L.Massine (+ Picasso)
1922 – Renard Igor Stravinsky B.Nijinska
1923 – Les Noces (De bruiloft) Igor Stravinsky B.Nijinska
1924 – Les Biches Francis Poulenc B.Nijinska
Les Fâcheux Georges Auric B.Nijinska
Le train Bleu Darius Milhaud B.Nijinska
1927 – La Chatte Henri Sauguet G.Balanchine
1928 – Appolon Musagète Igor Stravinsky G.Balanchine
1929 – Le fils prodigue Sergei Prokofiev G.Balanchine
Nota’s : Karel Van Eycken
085 Karel Van Eycken