In de lokale supermarkt kun je de ‘aanplakwand‘ nauwelijks mislopen. Direct bij de ingang vind je er flyers van markten, festivals en andere activiteiten. Daaronder liggen nog stapels op en over elkaar, naast de onvermijdelijke zegelboekjes en actiefolders van de supermarkt zelf, die niemand opzij durft te leggen. Of het komt door concurrerende folderaars of oplettende winkelmanagers, weet ik niet, maar het is vrijwel altijd actueel.
En nog steeds wordt het hart van de informatiewand gevormd door het prikbord waar je met compacte kaartjes hoogst persoonlijke boodschappen onder de aandacht kunt brengen. Van punaises is allang geen sprake meer: er is een handig ophangsysteem, waar je je bericht in schuift. De afgepaste indeling dwingt tot compactheid.
Bovenaan hangen de handgeschreven witte kartonnetjes met vraag naar of aanbod van werkzaamheden voor de vakantieperiode, tuin- of schilderdiensten, gratis kinderspullen of tweedehands apparatuur waar uiteraard wel een prijs op staat. Die schrijfsels zien er over het algemeen keurig uit. Ze hebben de premium plek op ooghoogte.
Van onder naar boven vullen zich dan de rijen met kleurrijke visitekaartjes met logo’s of slogans van plaatselijke dienstverleners, van de hondentrim- en kapsalons, coaches, fotografen, cateraars, cursusaanbieders en klusbedrijven. Het is maar een kleine greep uit het enorme lokale aanbod.
Toen ik recent social media platform LinkedIn wilde uitleggen aan iemand die nooit werkzaamheden onder de aandacht van een breder publiek heeft hoeven brengen, drong de vergelijking met het supermarktprikbord zich op. Nou ja, het LinkedIn waar ik me voorjaar 2006 op begaf. Je kunt je opleiding en werkervaring erop kwijt, mensen aanbevelen of met elkaar in contact brengen als het zo uitkomt en er was de veelgebruikte mogelijkheid om vakinhoudelijk advies te vragen of te geven. Het was de tijd van #durftevragen, want AI als vraagbaak moest nog uit de startblokken komen.
