HET WEZEN VAN DE FOTOGRAFIE


Over HET HUIS, KARIN BORGHOUTS
tentoonstelling van 8 september tot 6 oktober 2013  
VILLA DE OLMEN vzw
door Antoon Van den Braembussche


Prelude
 
Een buitengewoon belangrijk aspect van de fotografie is de stilstand. Elke foto is een momentopname. Stilte. Onbeweeglijk. Een wereld van absolute vertraging. Tijd, ruimte en beweging worden tegelijk gefixeerd, bevroren. Fotografie is dus bevroren tijd.
Deze metaforen lenen zich goed om iets te zeggen over de wezensbestemming van de fotografie. Niet zozeer toegespitst op het feit dat de foto bewijst dàt er iets is gebeurd, zoals Roland Barthes beklemtoont, maar dat de fotograaf op een bepaald ogenblik is tussengekomen, heeft ingegrepen, de visuele gegevens heeft gestold, bevroren, gefixeerd en tegelijk getransformeerd.
De interventie van de fotograaf is nauwelijks merkbaar, maar toch erg belangrijk en leidt tot een paradox: de afwezigheid van de fotograaf is tegelijk zijn aanwezigheid. Of zoals Edmundo Desnoes het treffend verwoordt in Liz Wells' : The Photography Reader (London/New York, Routledge, 2003): “The existence of the photographic camera allows man’s intervention to be reduced to a minimum, but at the same time it forces him to impose his presence at the moment of creation, to establish a living relationship with the subject, and to initiate a hand-to-hand struggle. He disappears behind the keyhole but he cannot separate himself from the door. His absence is his presence” (p. 310).
 
 
Eloge van de afwezigheid
 
De fotograaf verdwijnt achter het sleutelgat maar kan zich niet afzonderen van de deur. De afwezigheid van de fotograaf is zijn of haar aanwezigheid. Als geen ander beseft en belichaamt Karin Borghouts deze paradox. In pakweg anderhalf decennium gaf zij, in stilte maar gestaag, gestalte aan een eigengereid, fotografisch unversum dat als een eloge van de afwezigheid kan worden gekenschetst. Al meteen fotografeerde zij datgene waar wij achteloos aan voorbijgaan, datgene wat normaal enkel als achtergrond of als leeg omhulsel fungeert. De lege, anonieme, argeloze ruimte. Veronachtzaamde objecten, waar niemand naar omkijkt. Datgene wat zich gewoonlijk aan de blik onttrekt, wat aan onze aandacht of focus ontsnapt. Datgene wat schittert door zijn afwezigheid, zijn stilte, zijn onopvallende aanwezigheid (!).
 
De afwezigheid heeft dus allereerst te maken met de gefotografeerde onderwerpen zelf. Bij voorkeur dwalend in interieurs, musea, dierentuinen, pretparken en straten fotografeerde zij bij uitstek doorgangen, passages, trapportalen, trapleuningen, wenteltrappen, lege vitrines, opslagruimtes, koepelruimtes enzovoort. Wellicht het meest archetypische beeld uit haar werk zijn de lege, glazen uitstalramen uit 2008, één van haar bekendste werken uit de serie The Show. Alles is hier aanwezig om iets te tonen dat als het ware afwezig is: de museale ruimte, de anonieme vitrines, het onwaarschijnlijk egale en uitnodigende licht. Alles wordt getoond dat normaal enkel in functie staat van het getoonde. Alleen wat normaal wordt getoond, schittert hier letterlijk door zijn afwezigheid. Hierdoor wordt de fotografische blik getransformeerd. De achtergrond wordt voorgrond, het kader wordt onderwerp, krijgt alle aandacht, waardoor het iets onvatbaars krijgt, iets mysterieus, iets subliems!
 
Het is juist in deze transformatie van de fotografische blik dat de aanwezigheid van de fotografe zich ongemerkt veruitwendigt. Zij is diegene die de uitsnede bepaalt, de cadrage, de afbakening. Op deze wijze is zij de archeologe die andere lagen van de werkelijkheid opgraaft en laat zien: zij toont als het ware het ongetoonde! Het is pas hier dat de toeschouwer beseft hoe onbekend de hem omringende objecten en ruimtes zijn. Deze ontdekking gaat met de nodige vervreemding, de nodige Unheimlichkeit gepaard. Een soort aantrekkingskracht van de onbestemde, sublieme ruimte, die tegelijk iets dreigends heeft, iets angstaanjagends.
 
Het huis
 
In het werk van Karin Borghouts is de menselijke figuur afwezig. Ook is haar werk gewoonlijk gespeend van elke anekdotiek, elk documentair gehalte, elk verhalend element. Toen op 13 maart 2012 het ouderlijk huis in lichterlaaie had gestaan, deed zich bij Karin Borghouts een fotografische reflex voor die spanningen oproept met haar vroegere, vertrouwde werkwijze. Ineens wenste zij de verkoolde resten van en in het huis te bewaren, door ze fotografisch vast te leggen. Hier stond het fotograferen plots heel dicht bij een meer klassieke functie ervan, namelijk vastleggen wat er er ooit is geweest. Maar er is meer. Hier stond bovendien het fotograferen plots ook heel dicht bij haar persoonlijke levensgeschiedenis, haar jeugdherinneringen, de intieme sfeer van het huis waarin zij was opgegroeid en waarin haar moeder tot op de dag van de brand nog had geleefd.
 
In zijn La poétique de l'espace (Parijs, Quadrige/PUF, 1989) heeft Gaston Bachelard prachtige bladzijden gewijd aan het huis. Voor hem is het huis, van kelder tot mansarde, een soort reservoir van de menselijke ziel. Niet enkel onze herinneringen, maar ook de dingen die we zijn vergeten, zijn gelieerd aan het huis waarin we zijn grootgebracht. Het ouderlijk huis is in elk geval niet meer, maar ook niet minder, dan de verblijfplaats van onze ziel, het domein bij uitstek van onze intimiteit, een rustplaats van onze vroegere dagdromen, van ons groeiend ikbesef. Van groot belang hierbij zijn de schuilplaatsen, zoals de kelder, de zolder, een verloren hoek, en intieme ruimtes, zoals de laden, een koffer, een kleerkast, een wieg. Dit alles leeft in ons voort als een geheime identiteit, een soort van onuitwisbaar snoer van herinneringen.
 
De metafoor van het huis werkt hier overigens dubbel. Allereerst is er het huis, Villa de Olmen, als tentoonstellingsruimte: van kelder tot zolder, om met Bachelard te spreken. Deze context is niet onbelangrijk: zij 'huisvest' letterlijk de fotografie, waardoor er een nieuwe ruimtelijke dimensie wordt gecreëerd, waarin de toeschouwer de fotografie al wandelend (of flanerend!) vanuit steeds wisselende invalshoeken kan ontdekken of ontsluieren. In tweede instantie zijn er de foto's van het ouderlijk huis zelf, waarin Karin Borghouts ongetwijfeld op zoek is gegaan naar een bijna verloren gegane identiteit. Het meest in het oog springend is wat dit betreft het zelfportret, de spiegeling van haarzelf in het verwoeste huis, dat hier in het salon wordt vertoond. Het portret is veelzeggend, zover ik weet is dit het enige zelfportret dat zij in anderhalf decennium kunstfotografie heeft gemaakt!
 
Fotografisch onderzoek: van materialiteit naar het sacrale
 
Maar toch is de tentoonstelling meer dan enkel maar een reconstructie van het verleden, een zoektocht naar het zelf via de verbrande, berookte en deels verkoolde resten van het ouderlijk huis. Via de ruïnes van het verleden. Het is tevens, hoe kan het anders, een onderzoek of exploratie naar de mogelijkheden van de fotografie. En hier blijft Karin Borghouts als fotografe opmerkelijk trouw aan haarzelf. De vertrouwde niet-plaatsen, zoals doorgangen, trappen, gangen, die haar vroeger werk zozeer kenmerkten, komen ook hier weer terug, ditmaal echter opdoemend in een overschaduwd clair-obscur, een soort van getemperd, ongrijpbaar Rembrandtiaans licht.
 
Opvallend zijn tevens de stillevens, die zij heeft geënsceneerd met brandobjecten, zoals borden, theepotjes, kandelaars, koffiepotten, kruiken, O.L. Vrouwbeeldjes, enzovoort. Deze stillevens hebben iets artificieels en bevreemdends, een aspect dat ook in haar vroeger werk regelmatig aan bod kwam. Soms groeit het stilleven uit tot een waar schilderij, waarin compositie en kleur tegelijk iets tijdeloos verwerven, zoals dit het geval is met het stilleven van de slaapkamer van haar moeder, hier in de badkamer vertoond.
 
Een bijzonder aspect van deze tentoonstelling is tenslotte een onderzoek naar de materialiteit van het verval, de heel bijzondere huid of textuur van verkoolde muren en objecten. Alle foto's exploreren op de een of andere wijze de dikte en de intensiteit van de verschroeiing, de merktekens van de verbranding, letterlijk het brandmerken van het huis, de littekens waarin de schoonheid van de dingen zich ophoudt en tegelijk verbergt. Soms wordt het beeld een exploratie van het onzichtbare, de leegte die hijgt en zwijgt in, door en achter de dingen. Dan krijgt het zwarte bord of het verschroeide oppervlak een abstracte en tegelijk sacrale dimensie: een eloge van de afwezigheid waarin onderhuids een mystieke aanwezigheid voelbaar wordt.
 
Antoon Van den Braembussche
Auteur Denken over Kunst
 
 
 
 
© Niets mag uit deze tekst geheel of gedeeltelijk worden overgenomen zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming van de auteur.        
 
HET HUIS 

Karin Borghouts
 8 september tot 6 oktober 2013  
op zaterdag en zondag van 11u tot 18u

VILLA DE OLMEN vzw
Nieuwstraat 83
B-9280 Wieze (tussen Dendermonde en Aalst)
0478 40 59 80
callebaut@villadeolmen.be  

villadeolmen.be