Klik hier om deze email in uw browser te lezen

  

VALNIeuwsbrief       december 2014

 
EVV wensen
2014 was alweer een zeer boeiend jaar voor het Expertisecentrum Val- en fractuurpreventie Vlaanderen (EVV)! Met enthousiaste inzet van al onze EVV-partners, mantelzorgers, zorgverleners, ouderen, gemeenten, lokale besturen ... brachten we Vlaanderen, met groot succes, weer in beweging met onze ‘Dans je leven lang!’ campagne.
    
We kijken uit naar een nieuw en uitdagend EVV-werkjaar. We hopen dan ook in 2015 opnieuw te kunnen rekenen op uw engagement, zodat we constructief samen verder werken aan valpreventie in Vlaanderen!  
 
Onze beste wensen voor:
 Een valvrij 2015 gewenst!
   Koen, Eddy, Ellen, Annelies, Cynthia en Greet
 
   Activiteiten
  Week van de Valpreventie 2015!
20-26 april 2015
  
Het is nog even wachten op de eerste sneeuw dit najaar, maar wij blikken al vooruit naar de lente want dan vindt de 4de Week van de Valpreventie plaats! Nadat we de afgelopen 2 edities Vlaanderen letterlijk en figuurlijk in beweging hebben gebracht om vallen te voorkomen, plaatsen we in 2015 een nieuw thema onder de aandacht: de rol van geneesmiddelen, meer bepaald die van de psychofarmaca. Er zal een specifiek aanbod van materialen en activiteiten zijn op maat van zowel zorgverleners als ouderen. Alle nieuws hierover is binnenkort te volgen op www.valpreventie.be. Kruis intussen alvast de week van 20 tot 26 april 2015 aan in uw agenda!   
Week van de Valpreventie 2015
 
 
Onderzoek
 
 

Antihypertensiva en risico op valletsels
 
Finoulst, M., Vankrunkelsven, P., Milisen, K., & Dejaeger, E. (2014). Hoe groot is het risico op ernstige valletsels bij oudere patiënten die antihypertensiva innemen? Tijdschrift voor Geneeskunde, 70(10), 589-590. Doi: 10.2143/TVG.70.10.2001621
 
In een recente Amerikaanse studie 1 wordt het gebruik van antihypertensiva geassocieerd met een nipt significant verhoogd risico op vallen bij 70-plussers, met ernstige gevolgen (heupfractuur of ernstige hoofdwonde). Hypertensie is een chronische aandoening die frequent voorkomt bij de oudere populatie. Ter preventie van cardiovasculaire incidenten worden daarom antihypertensiva voorgeschreven. Inname van zulke medicatie kan echter gepaard gaan met mogelijke neveneffecten zoals duizeligheid, syncope en orthostatische hypotensie. Dit werkt dan weer het valrisico in de hand, waardoor morbiditeit en mortaliteit aanzienlijk toeneemt.
  
Onderzoeksresultaten over de rol van antihypertensiva m.b.t. ernstige valletsels bij de oudere populatie zijn echter niet eenduidig 2, 3, 4, 5, 6, 7. Het valrisico wordt immers bepaald vanuit diverse valrisicofactoren, zoals biologische (vb. leeftijd, chronische aandoening, fysische of cognitieve achteruitgang), gedragsmatige (vb. te weinig lichaamsbeweging, ongepast schoeisel), omgevinggebonden (vb. gladde vloer, onvoldoende verlichting) of socio-economsche (vb. laag inkomen, opleidingsniveau) factoren 8, 9. Dit impliceert een multidisciplinaire en multifactoriële aanpak, waarbij sensibilisatie, motivatie en therapietrouw bij ouderen een zeer cruciale rol spelen. 
  
Conclusie: Onafgezien de grootte van het valrisico t.g.v. antihypertensiva moeilijk kan ingeschat worden, mag ook deze valrisicofactor niet genegeerd worden. Het is essentieel dat de behandelende arts de voordelen (het terugdringen van cardiovasculaire incidenten) afweegt tegenover de nadelen (ernstige valletsels). Ook niet-farmacologische maatregelen dienen overwogen te worden. Cruciaal is echter om dit te kaderen in de ruimere valproblematiek, met de nodige aandacht voor evaluatie van diverse valrisicofactoren gekoppeld aan effectieve interventies.
    
Een auteurskopie van Finoulst et al. (2014) kan worden opgevraagd bij het EVV (expertisecentrum@valpreventie.be).
  Valpreventieprogramma's in woonzorgcentra: review
Vlaeyen, E., Coussement, J., Leysens, G., Van der Elst, E., Delbaere, K., Cambier, D., Denhaerynck,  C., Goemaere, S., Wertelaers, A., Dobbels, F., Dejaeger, E., & Milisen, K. (2014). Characteristics and Effectiveness of Fall Prevention Programs in Nursing Homes: A Systematic Review and Metaanalysis of Randomized Controlled Trials. J Am Geriatr Soc (In press).
 
Verschillende programma’s werden ontwikkeld om valincidenten in woonzorgcentra te voorkomen. De effectiviteit van deze programma’s blijft echter onduidelijk. Deze systematic review en meta-analyse werd uitgevoerd om de karakteristieken en effectiviteit van valpreventieprogramma’s in een specifiek omschreven subgroep van woonzorgcentra na te gaan. Deze subgroep werd omschreven als “residentiële instellingen die 24 uur per dag supervisie, persoonlijke zorg als ook gelimiteerde klinische zorg verlenen aan ouderen”.
 
Dertien studies met samen 22915 bewoners voldeden aan de inclusiecriteria. Er waren zes single (één interventiecomponent gegeven aan alle bewoners), één multiple (twee of meer interventiecomponenten gegeven aan alle bewoners) en zes multifactoriële (twee of meer interventiecomponenten aangepast aan het individueel valrisico van iedere bewoner) valpreventieprogramma’s. De algemene meta-analyse toonde geen significant effect van valpreventieprogramma’s op het aantal valincidenten of het aantal vallers. Er werd voor de eerste keer wel aangetoond dat valpreventieprogramma’s het aantal herhaaldelijke vallers kan verminderen met 21%. In een subgroepanalyse naar het type van interventie werd bijkomend aangetoond dat multifactoriële valpreventieprogramma’s het aantal valincidenten en het aantal herhaaldelijke vallers kunnen verminderen. Single valpreventieprogramma’s enkel gericht op educatie en training toonden daarentegen een schadelijk effect op het aantal valincidenten.
 
Een auteurskopie van Vlaeyen et al. (in press) kan worden opgevraagd bij het EVV (expertisecentrum@valpreventie.be). 


 
Aan het woord
Interview met Dirk De Meester
hoofd zorgverlening woonzorgcentrum Leiehome 
 
In woonzorgcentrum Leiehome in Drongen werd vorig jaar een project opgestart, in samenwerking met UGent. Algemene doelstelling was het streven naar een efficiënter en effectiever gebruik en beleid van psychofarmaca bij bewoners van een woonzorgcentrum.
  
Wat hield het project precies in?
Belangrijkste streefdoel was sensibilisatie van alle betrokken partijen, afbouw van niet-doelmatig gebruik van psychofarmaca, ontwikkelen van niet-medicamenteuze alternatieven, daling van het aantal valincidenten en daling van de kost van psychofarmaca voor de bewoner (en maatschappij). Sensibilisatie gebeurde aan de hand van vormingen. Huisartsen, verpleegkundigen, zorgkundigen, logopedisten, kinesitherapeuten, ergotherapeuten en animatoren kregen vormingen, gegeven door zowel interne als externe experten. De vorming bestond uit het drieluik: slaapstoornissen - depressie - moeilijk hanteerbaar gedrag. De vorming had niet alleen een educatieve functie (geven van informatie). Via deze weg wilden we ook iedereen meekrijgen in het project. Dankzij subsidies van het 'Fonds Verslavingen' kon er beroep worden gedaan op projectmedewerkers (kinesitherapeut, verpleegkundige en psycholoog – totaal 0,83VTE) die in stonden voor de begeleiding van bewoners bij afbouw van medicatie, en samen met het team zochten naar alternatieve, niet-medicamenteuze benaderingen voor psychische problemen.
 
Merken jullie een verschil?
Op bewonersniveau is er een groot verschil merkbaar: onze bewoners zijn alerter overdag, dutten minder snel in, zijn actiever en zelfstandiger. Doordat de bewoners overdag alerter zijn, gaan ze ook gemakkelijker sociale contacten aan. Wetenschappelijk is het moeilijk om het effect op het aantal valincidenten aan te tonen, maar onze ervaring is wel dat bij de bewoners van wie de medicatie afgebouwd is, de kans op vallen kleiner wordt. Kortom de levenskwaliteit van de bewoners is fel toegenomen!
 
Hoe staan de bewoners tegenover deze aanpak en hoe ervaren de bewoners de verandering?
Onze ervaring is dat het gebrek aan kennis over de gevaren van langdurig gebruik van psychofarmaca ervoor zorgt dat bewoners (en familie) in eerste instantie wantrouwig staan t.o.v. afbouw. Bijvoorbeeld een slaappil wordt als iets onschuldigs aanzien. De voordelen/werkzaamheid van slaapmedicatie worden daarenboven vaak overschat, terwijl de nadelen en bijwerkingen worden onderschat. Ook familie kan een negatieve invloed uitoefenen op afbouw. Een veel gehoorde uitspraak van familieleden is “mijn moeder is aan het einde van haar leven, je gaat haar dat pilletje nu toch niet meer afpakken?”. Onze ervaring leert dat een goede communicatie, sensibilisatie en betrokkenheid naar bewoner en familie toe van groot belang is om hen mee te krijgen in het verhaal. Wanneer de familie opmerkt hoe alerter hun vader of moeder is geworden na afbouw van hun medicatie, zijn ze heel tevreden en verrast!
 Woonzorgcentrum Leiehome 
  

Prijs Fernand Nédée

Proficiat Leen De Coninck!
 
Op 6 december '14 vond de prijsuitreiking van de Koninklijke Academie voor Geneeskunde plaats. Met haar werk 'Evidence Based Valpreventie: De brug tussen wetenschappelijk onderzoek en klinische praktijk' werd Leen De Coninck laureaat voor de 'Prijs Fernand Nédée voor de multidisciplinaire benadering van valpreventie bij ouderen (2014)'.
 
Haar werk omtrent valpreventie wil een wetenschappelijk onderbouwd antwoord bieden op maatschappelijke vragen. Deze vragen worden uit de klinische praktijk en door actieve deelname aan diverse werkgroepen gecapteerd. Zo werkte ze mee aan de ontwikkeling van de multidisciplinaire richtlijnen ‘Valpreventie bij thuiswonende ouderen: Praktijkrichtlijn voor Vlaanderen’ en ‘Valpreventie in Woonzorgcentra: Praktijkrichtlijn voor Vlaanderen’ van het EVV en 'Valpreventie bij geriatrische patiënten opgenomen in het ziekenhuis' van het college van Geriatrie. Complementair aan deze multidisciplinaire richtijnen ontwikkelde Leen een monodisciplinaire richtlijn voor de beroepsgroep ergotherapie. Aanvullend op de richtlijnen ontwikkelde ze met een multidisciplinair team tevens instrumenten die de implementatie van deze richtlijnen in de klinische praktijk moeten faciliteren.
 
Leen De Coninck is ergotherapeute van opleiding en studeerde vervolgens gerontologie aan de VUB. Door haar sterke interesse in zowel de oudere persoon, als de praktische toepassing van wetenschappelijk onderzoek in de praktijk, raakte ze betrokken bij het Centrum voor Evidence Based Medicine (CEBAM), EBM-Practicenet en het Expertisecentrum Val- en fractuurpreventie Vlaanderen. Ze werd gevraagd om voor het Vlaams Ergotherapeutenverbond het beroep ergotherapie binnen dit expertisecentrum te vertegenwoordigen. Leen De Coninck geeft les aan de Artevelde Hogeschool Gent en werkt sinds begin dit jaar binnen het Academisch Centrum voor Huisartsengeneeskunde van de KU Leuven aan een doctoraatsstudie.
Varia
Prof. Chris Todd
 
Prof. Koen Milisen
 
Prof. Annemans
 
 BOEBSblad (VIGeZ)

  • (Her)beluister de voordrachten van het EVV symposium op 28 maart '14:    
  • BOEBSblad (VIGeZ):  BOEBS of ‘Blijf Op Eigen Benen Staan’ is een gemeenschapsproject voor valpreventie met de gemeente of het OCMW als regisseur. De kern? Ouderen, mantelzorgers en zorgverstrekkers bewust maken van de valrisico’s en manieren aanleren om vallen te voorkomen. BOEBS ondersteunt de gemeente, het OCMW en lokale organisaties die werken voor en met ouderen aan meer beweging en een veilige woon- en leefomgeving. BOEBS past ook binnen het grotere verhaal van Gezonde Gemeente Wil je zelf aan de slag met BOEBS maar weet je niet echt hoe? Lees dan zeker het BOEBSBLAD 
  • Kinesitherapeutische e-learning module ‘Valpreventie bij Ouderen’: Op eigen tempo, volgens eigen agenda, van thuis uit werken aan kwaliteitsverbetering in de valpreventieve kinesitherapie leek voor IPVK Gent en REVAKI UGent een uitdaging die past in de hedendaagse digitale wereld. Vanaf 1 januari 2015 kunnen kinesitherapeuten een account aankopen die toegang verschaft tot de elektronische cursus, tussentijdse updates en aanpassingen. Interesse? Bekijk de trailer of surf naar IPVK Gent. 
  • Virtuele fietstochtjes op hometrainer: Onderzoekers van KU Leuven en Groep T hebben een hometrainer ontwikkeld waarmee ouderen in woonzorgcentra virtueel door hun voormalige woonplaats kunnen fietsen. De software kan zich aanpassen aan de lichamelijke conditie van de gebruiker en vroegtijdig mogelijke gezondheidsproblemen opsporen.   
  • Vormingsaanbod valpreventie voor verzorgenden, zorgkundigen en poetshulp in de thuiszorg: Deze vorming wordt gegeven door gespreksleiders valpreventie van het Rode Kruis (opgeleid vanuit het Rode Kruis i.s.m. het EVV). De vorming is gebaseerd op de EVV praktijkrichtlijn 'Valpreventie bij thuiswonende ouderen, een praktijkrichtlijn voor Vlaanderen'. Deze vorming kan aangevraagd worden via het Rode Kruis. 
   
 Agenda
Blijf actief, vermijd vallen!
Contact

 
2014 ● Volume 3, editie 2 ● Expertisecentrum Val- en fractuurpreventie Vlaanderen (EVV)
 Stuur deze email door naar een vriend