
Katholiek Bennekom
Nieuws
adres redactie: redactie@rkkerkbennekom.nl
internet: www.rkkerkbennekom.nl
21 december 2011
Over Seksueel misbruik in de Rooms-Katholieke Kerk
De presentatie van het rapport van de commissie Deetman heeft terecht veel aandacht gekregen op televisie en in de pers. In deze nieuwsbrief worden enkele verwijzingen gegeven naar informatieve plaatsen op internet, met tenslotte een ontboezeming van Timo Harmsen, getiteld: “Niet het celibaat?”
- Samenvatting van het rapport van de commissie Deetman: http://www.commissiedeetman.nl (26p).
- Een actueel dossier over deze materie in dagblad Trouw: http://www.trouw.nl/tr/nl/4692/Misbruik-rk-kerk/actualiteit/index.dhtml
- In een nieuwsbrief van de Dominicanen wordt een samenvatting
gegeven van de lezing die de Amerikaanse dominicaan Thomas Doyle op 13
december heeft gehouden in het Soeterbeeck Programma van de Radbout
Universiteit: “Over de belangrijkste mensen in de kerk”. Thomas Doyle
is niet zuinig met zijn kritiek op hoe de kerkleiding omgaat met het
schandaal van seksueel misbruik en pleitte voor onverdeelde aandacht
voor de slachtoffers. http://www.dominicanen.nl
Niet het celibaat?
Nee, het celibaat is niet de oorzaak van het seksuele misbruik in
onze kerk, maar ik kan me niet voorstellen dat, als de bisschop vader
van een gezin was geweest, hij het risico zou hebben genomen een
priester die met minderjarigen seksueel in de fout was gegaan, over te
plaatsen naar een andere parochie. En zijn opvolger, ware hij gehuwd en
vader van een gezin, zou het niet aan uitstraling van empathie hebben
ontbroken om het vertrouwen van de slachtoffers op erkenning en
genoegdoening terug te winnen.
Nee, het celibaat is niet de oorzaak van het seksuele misbruik in de
kerk, maar het celibaat heeft wel geleid tot een verdringing van de
seksualiteit, de capaciteit een volledig mens te zijn, het vermogen
relaties aan te gaan en emotionele gevoelens te delen. De morele macht
van de kerk heeft in voorgaande jaren de verdringing van de
seksualiteit overgedragen aan het maatschappelijk terrein, ten gevolge
waarvan ook bij ons het spreken over seksualiteit tot een taboe is
geworden. In die zin zijn we allen, inclusief de kerkelijke leiders, al
dan niet onbewust, daders én slachtoffers van het kerkelijke seksuele
misbruik.
“Vanuit de verantwoordelijkheid van onze voorgangers leven wij mee met
de slachtoffers en bieden hen ons oprecht excuus aan.” Woorden van
bisschop Eijk, gesproken als reactie op de presentatie van het rapport
Deetman. Om zijn verantwoordelijkheid te nemen zou hij beter kunnen
aftreden, suggereerden sommigen. Maar wat zou ons dat kunnen helpen?
Wie komt er dan op zijn stoel te zitten. Een man als Mutsaerts, die een
eenentachtig jarige priester die al zesenveertig jaar, ongestoord en
met medeweten van zijn toenmalige bisschop, met zijn geliefde vrouw
samenleeft, via de kerkelijke rechtbank wil dwingen te scheiden?
Wie zal geloven dat het met onze kerk nog goed kan komen, zolang er
geen overtuigend en geloofwaardig signaal van de kerkelijke leiding
komt grondige veranderingen aan te brengen in de middeleeuwse,
inmiddels cultureel volkomen achterhaalde, klerikale hiërarchische
structuur van de kerk, waarin bisschoppen kunnen wegvluchten achter hun
verantwoordelijkheid aan die ene man in Rome en waarin alle
zeggenschap overigens in handen is van een gewijde clerus en de
gewone gelovigen, de leken, niets in te brengen hebben? Een
geloofwaardig signaal zou kunnen zijn het bijeen roepen van een
pastoraal concilie naar het voorbeeld van het pastoraal concilie van
1969-1970 in Noordwijkerhout.
Intussen kunnen wij niet beter doen dan in onze eigen lokale,
zelfstandige of in parochiële organisatie ingekaderde,
geloofsgemeenschappen bijeen te blijven komen zoals de Kerk ooit
begonnen is op Pinksteren, als christelijke gemeenschap waarin de Geest
aan allen, niet alleen aan de apostelen, gegeven is. En blijven hopen
dat met het licht van Kerstmis alles telkens weer opnieuw begint.
Bennekom, 20 december 2011