De vijf belangrijkste redenen waarom nu juist gemengde stellen financiële zorgen hebben.
In chronologische volgorde:
1. Reis en verblijfkosten.
De kosten lopen al gigantisch op nog voor de partner in Nederland is. Mensen die overwegen om samen hun leven door te brengen, willen elkaar regelmatig zien en spreken om de band te versterken en om elkaar steeds beter te leren kennen. Er wordt veel geld uitgegeven aan telefonisch contact en vliegtickets van en naar Nederland en het land van herkomst. De meeste stellen willen immers dat de buitenlandse partner op zijn minst één keer van te voren naar Nederland komt op een touristen visum om kennis te maken met schoonfamilie en Nederland om in te voelen of het hier zal gaan lukken.
Als de niet Nederlandse partner afkomstig is uit een arm land en een arme familie komen die kosten volledig terecht bij de Nederlandse partner, die hiervoor vaak een lening afsluit bij familieleden.
2. Kosten van de procedure.
In de afgelopen 10 jaar zijn de kosten voor het naar Nederland halen van een buitenlandse partner door politieke beslissingen enorm gestegen. Er zijn de kosten voor het basisexamen inburgering in het land van herkomst, het aanvragen van de Machtiging Voorlopig Verblijf (MVV)en het aanvragen van de de verblijfsvergunning. De kosten alleen al bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) lopen minimaal op tot een bedrag van 1900 euro. Zo kost een aanvraag voor een MVV voor verblijf bij een familie - of gezinslid nu 1250 euro. Ter vergelijking; in 2003 kostte het aanvragen van een MVV nog maar 50 euro!!
3. De inkomenseis
Voor het verkrijgen van een tijdelijke verblijfsvergunning moet de Nederlandse partner een inkomen hebben dat hoog genoeg is om de buitelandse partner te onderhouden. De Nederlandse partner moet een baan hebben waarmee hij /zij het wettelijk minimumloon voor echtparen verdient (€ 1456,20) en dit salaris moet op de dag van aanvraag van de MVV minstens een jaar verzekerd zijn.
Zolang dit niet lukt blijven partners in een situatie van bellen en heen en weer reizen.
De Nederlandse maatregel dat de Nederlandse partner 120% van het minimumloon moest verdienen is door het Europese hof teruggefloten.
4. Positie op de arbeidsmarkt.
Pas als voor de buitenlandse partner de MVV wordt omgezet in een tijdelijke verblijfsvergunning, en dat duurt maanden, mag deze ook werken in Nederland. Iets dat in de huidige situatie, voor iemand met achterstand op de Nederlandse arbeidsmarkt, vaak moeilijk te verwezenlijken is.
Gedurende de periode dat de buitenlandse partner een MVV heeft mag hij of zij nog niet werken. Hij/zij heeft geen sofinummer en geen verzekering en is volledig afhankelijk van het inkomen van de Nederlandse partner.
5. Ondersteunen van de buitenlandse familie.
En wanneer het stel zich een beetje heeft gesetteld, kan er al snel een verzoek komen van de buitenlandse familie om hen financieel te ondersteunen. Een legitieme vraag als de herkomst familie weinig inkomsten heeft en woont in een land zonder ziektekostenverzekering, zonder oudedagsvoorziening en waar goed onderwijs duur is. Het is te verwachten dat de buitenlandse partner het in die gevallen als zijn/haar plicht beschouwt om nabije familieleden financieel te steunen
Al met al is het duidelijk dat voor gemengde stellen waarvan één van de partners uit het buitenland komt, de financiële verplichtingen zeer zwaar kunnen wegen en dat gedurende een lange periode. Vaak begint een stel al met schulden.
Het is belangrijk voor alle hulpverlenings- en welzijnprofessionals die te maken krijgen met deze stellen/gezinnen om de financiële zorgen van dit gezin te kunnen plaatsen in de juiste context. En om bij andere knelpunten in de relatie of het gezin het perspectief van de financiële zorgen mee te nemen.