Nieuwsbrief No#6 (maart 2017) - Leren Historisch Redeneren - UvA/ILO

Deze nieuwsbrief is een initiatief van de vakdidactici en onderzoekers geschiedenis van de Universiteit van Amsterdam. De nieuwsbrief is bedoeld voor docenten geschiedenis in de (ruime) regio Amsterdam/Noord-Holland. In deze nieuwsbrief berichten wij over het scholingsaanbod geschiedenis en andere professionaliseringsactiviteiten van de UvA.

Volg ons op twitter: @HistReden_UvA | Website: www.ivgd.nl
 
In deze nieuwsbrief:
  • Netwerkbijeenkomst dinsdag 18 april
  • Programma inspiratiedag 30 juni bekend
  • Vakdidactisch onderzoek aan de UvA: update
  • Nieuw boek UvA-onderzoekers: Sensitive pasts
  • Twee tips voor in de geschiedenisles 
 
1 | Netwerkbijeenkomst 18 april
De volgende bijeenkomst van ons Netwerk Historisch Denken UvA is op dinsdag 18 april, van 19.00-21.30. Je bent hiervoor van harte uitgenodigd. Plaats van handeling is de Roeterseilandcampus in Amsterdam.
 
Het thema van deze bijeenkomst is Good practice binnen domein D, staatsinrichting en de geschiedenis van democratie en rechtsstaat in Nederland. Van iedere deelnemer wordt verwacht dat deze een geslaagde les of lesonderdeel meebrengt binnen dit domein. (Of anders: iets wat er op een of andere wijze aan te relateren is. Dat kan dus ook iets zijn uit tijdvak 8, 9 of 10, toegespitst op de politieke en sociaal-culturele situatie in Nederland.) Breng niet alleen het idee mee, maar ook het materiaal zelf.
 
Door deze opzet rekenen kan aan het einde van de avond iedereen met handenvol inspirerende stukjes les naar huis. Dat wil zeggen: nadat we om 21.30 uur samen iets zijn gaan drinken in Crea Café of Kriterion.
 
Voor een goede voorbereiding en organisatie van de bijeenkomst willen we graag dat je je even aanmeldt. Dat kan bij Gerhard Stoel (g.l.stoel@uva.nl) of Marcel van Riessen (m.g.vanriessen@uva.nl)
 
 
 
2 | Scholingsdag: Kantelende beelden van Koude Oorlog (30 juni)
Het programma van onze jaarlijkse inspiratiedag, dit jaar op vrijdag 30 juni, is rond. We zijn blij met het gevarieerde en prikkelende aanbod. Inschrijven kan vanaf www.ivgd.nl.
 
LEZING Sinds de opening van archieven in de voormalige Oostbloklanden is de visie van historici op de geschiedenis van de Koude Oorlog volop in beweging. Het conflict tussen het liberaal-democratische  en het communistische machtsblok wordt tegenwoordig veel meer in samenhang gezien met ontwikkelingen als dekolonisatie en globalisering. UvA-docent Artemy M. Kalinosky, redacteur van o.m. het Routledge Handbook of Cold War-Studies, (2014) leidt ons rond in het omgeploegde historiografische landschap. Hij denkt ook mee over de vraag hoe dit bij leerlingen kan bijdragen aan een beter begrip van (de reikwijdte van) dit conflict.
 
EPISTEMOLOGIE ALS MOTOR VAN HISTORISCH DENKEN │ Je hebt leerlingen die aannemen dat geschiedenis één waarheid kent; als je de goede bronnen maar gebruikt en teveel bias vermijdt, komt die vanzelf aan het licht. Je hebt ook leerlingen die begrijpen dat geschiedenis in verregaande mate een door ons aan het verleden ‘opgelegde’ constructie is. De meeste leerlingen zitten daar ergens tussenin. Dat is interessant, want onderzoek laat zien dat werken aan die epistemologie wel eens de sleutel kan zijn voor het ontwikkelen van historische vaardigheden. In deze plenaire sessie bekijken we hoe dat dan werkt en zetten we samen dat om in concrete lessuggesties.
 
WORKSHOPS Causaal redeneren voor lessen op maat Over het inzetten van formatieve toetsjes over oorzaak-gevolg als startpunt van lessen die aansluiten bij wat leerlingen wel en (nog) niet kunnen (Gerhard Stoel, UvA)  ■ Lastige schoolboekteksten Wat maakt het lezen van teksten in geschiedenismethoden voor veel leerlingen zo lastig – en wat kun je daaraan doen? (Jannet van Drie, UvA)  ■ Tekenen als basis van verbeelding Hoe we de beelden over het verleden bij leerlingen kunnen blootleggen en mede vorm kunnen geven: met tekenopdrachten (Tessa de Leur, HvA) ■ Controverse in de klas Hoe kun je in de klas thema’s die controverse oproepen (Midden-Oosten, vluchtelingen, Zwarte Piet) omzetten in goede gesprekken? (Lies Schippers, Anne Frank Stichting) ■ Tien werkvormen Tien korte maar krachtige werkvormen om leerlingen aan het werk te zetten met elementaire zaken als historische begrippen, hoofdzaken en bijzaken en onderdelen van historisch denken (Marcel van Riessen, UvA)
 
GOOD PRACTICES | (Bijna) Afgestudeerden van de eerstegraads lerarenopleiding geschiedenis van de UvA laten in de pauzes een selectie zien van het beste lesmateriaal dat zij het afgelopen jaar (samen met hun opleiders) hebben ontwikkeld.
 
BORREL | Na afloop treffen we elkaar (net als in de pauzes) in de centrale hal van de Oudemanhuispoort om nog even bij te praten met oude bekenden en nieuwe gezichten. Gezellig, en heel vaak ook nuttig: waar ben jij mee bezig, heb jij goed materiaal voor (…), moeten wij niet eens afspreken om (…).
 
PRAKTISCH | Locatie Oudemanhuispoort, Amsterdam Tijd 09.30-17.00 uur Kosten: Inschrijven t/m 30/5: €110. Inschrijven na 30/5: €130. Inclusief lunch, een usb-stick vol met lesmateriaal, achtergrondmateriaal over de Koude Oorlog en een schat aan beeldmateriaal. 
 
Aanmelden: via www.ivgd.nl
 
 
3 | Vakdidactisch onderzoek aan de UvA: update
Nergens werken zoveel mensen aan vakdidactisch onderzoek in ons schoolvak als aan de UvA. Wat onderzoeken zij en hoe staat het met dat onderzoek? Een korte update.
 
Effecten van domeinspecifieke schrijfinstructie
Jannet van Drie
 
Veel docenten lopen er tegenaan dat leerlingen het lastig vinden om goed te formuleren bij geschiedenis. Doel van dit onderzoek is om meer zicht te krijgen op de effecten van domeinspecifieke schrijfinstructie, waarbij de schrijfinstructie geïntegreerd wordt in de geschiedenisles. We onderzoeken effecten van deze instructie op tekstkwaliteit, waarbij we zowel kijken naar historisch redeneren als algemene tekstkwaliteit. Daarnaast hebben we ook aandacht voor het schrijfproces en didactische arrangementen (bijvoorbeeld: wat is de meerwaarde van het voeren van een onderwijsleergesprek voorafgaand aan het schrijven?).
 
De feiten voorbij. Analyse van causaal redeneren van havo-leerlingen als basis voor lessen op maat
Jannet van Drie, Gerhard Stoel, Johanna Baart, Maartje van Eem, Ronald van den Hoek, Klaas Ellens & Dorrit Matena
 
In het project ‘De feiten voorbij’ onderzoeken vijf docenten geschiedenis en twee onderzoekers hoe je in je lessen geschiedenis beter kunt aansluiten op het (causaal) redeneren van de leerlingen in je (HAVO-) klas, en op de verschillen daarin. We onderzoeken in hoeverre analyse van leerlingantwoorden en het vertalen van deze inzichten in gedifferentieerde lessen ‘op maat’ de didactische kennis en vaardigheden van betrokken docenten versterken. Daarnaast verkennen we de kwaliteit van de lessen en didactiek vanuit leerlingperspectief. Tot slot ontwikkelen we concrete materialen voor de ontwikkeling van causaal historische redeneervaardigheden, zoals een leerlijn, rubrics met voorbeeldantwoorden van leerlingen en voorbeeldlessen.
 
Rondleiden is een vak!
Mark Schep
 
Mijn onderzoek Rondleiden is een vak! richt zich op leren en onderwijzen in educatieve rondleidingen in kunst- en historische musea. Onderzocht is wat de mogelijke leeruitkomsten van een rondleiding zouden kunnen zijn en over welke competenties museumrondleiders zouden moeten beschikken. Daarnaast zijn er evaluatie-instrumenten ontwikkelt en uitgetest om rondleiders middelen te geven zich verder te professionaliseren. In de laatste en huidige studie onderzoeken we een leergemeenschap bestaande uit rondleiders, leraren in opleiding, een vakdidacticus en een museum educator. Samen werken ze aan het herontwerp van een rondleiding in het Rijksmuseum Amsterdam of Stedelijk Museum Amsterdam. Voor de studenten is dit tevens hun ontwerponderzoek.
 
“Just Imagine…”  Empathy-tasks in Secondary History Education
Tessa de Leur
 
In het geschiedenisonderwijs worden inleef-opdrachten gebruikt: opdrachten waarbij de leerling moet proberen zich voor te stellen hoe het was om in het verleden te leven. Deze opdrachten kunnen nuttig zijn voor het verbeelden van het verleden: geschiedenis wordt dan voor leerlingen concreet en daarmee meer betekenisvol. Toch zijn inleef-opdrachten ingewikkeld, onder meer omdat er zo veel verschillende soorten inleef-opdrachten zijn. Dit onderzoek richt zich op het gebruik van inleef-opdrachten en de mogelijkheden die deze opdrachten bieden. Het doel van het onderzoek is om vast te stellen welke (soort) inleef-opdrachten leiden tot welke (soort) leeropbrengsten.
 
Narratieven en multiperspectiviteit in Nederlandse geschiedenis
Marc Kropman
 
Een belangrijke vraag is voor het geschiedenisonderwijs hoe dit kan bijdragen aan gedeelde kennis van het nationale verleden, terwijl tegelijkertijd het interpretatieve karakter van geschiedenis recht wordt gedaan en er voldoende ruimte is voor verschillende perspectieven en interpretaties. In mijn onderzoek analyseer ik met schoolboekanalyse en interviews met en observaties van geschiedenisdocenten de narratieven die in de havo-bovenbouw aan de orde komen. In een vervolgstudie zoeken we uit hoe docenten, schoolboekauteurs en leerlingen narratieven construeren als zij een schoolboektekst voorgelegd krijgen waarin expliciet aandacht wordt besteed aan meervoudige perspectieven.
 
Bevorderen van causaal redeneren bij geschiedenis
Gerhard Stoel
 
Mijn promotie-onderzoek richt zich op didactische principes om de causale redeneervaardigheid van leerlingen te versterken. In twee experimentele studies (inmiddels gepubliceerd) onderzochten we het belang van open opdrachten, groepswerk, onderwijsleergesprekken en expliciete instructie. Leerlingen oefenden met het categoriseren van (soorten) oorzaken, het leggen van verbanden en het construeren van verklaringen voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Tot slot reflecteerden we met leerlingen op de vraag waarom al hun verklaringen er anders uitzien en wat dat zegt over geschiedenis. Dergelijke ‘epistemologische’ opvattingen bleken een belangrijk element in de interesse die leerlingen rapporteerden. In twee vervolgstudies analyseerden we de essayrevisies van leerlingen na de lessenserie en ontwikkelden we een nieuw instrument om epistemologische opvattingen over historische kennis te meten.
 
What were they thinking? Hoe causaal redeneren ‘gemeten’ kan worden
Uddhava Rozendal
 
Ook Uddhava doet onderzoek naar causaal redeneren van leerlingen. Bij hem ligt de nadruk op de ontwikkeling van opdrachten die feedback op het niveau van causaal redeneren mogelijk maken. De taken zijn zo ontworpen dat ze iets zeggen over de rol van epistemologie (hoe denken leerlingen dat onze kennis over het verleden tot stand komt), een grondige analyse van de vaardigheid causaal redeneren zelf, en van vakinhoudelijke kennis.
 
De opdrachten zijn de afgelopen maanden uitgevoerd door zes docenten in allerlei verschillende klassen. De resultaten, inclusief een aantal hardopdenksessies, worden op dit moment geanalyseerd.
 
Meer weten over dit onderzoek? Meedoen? Neem contact op met Gerhard Stoel (g.l.stoel@uva.nl) of Marcel van Riessen (m.g.vanriessen@uva.nl)
 
 
4 | Erfgoedstudie:  Sensitive pasts
In erfgoedonderzoek en erfgoededucatie draait het vaak om complexe historische vragen. Vaak komt dat door de sterke emotionele en politieke betrokkenheid van deelnemers in dit veld. Wat je noemt: een uitdaging, voor docenten en museumeducatoren. De auteurs van de nieuwe bundel Sensitive pasts, Carla van Boxtel, Maria Grever en Stephan Klein, bieden op basis van nieuw theoretisch en empirisch onderzoek een waardevolle inkijk in erfgoeddidactiek. Het centrale perspectief daarbij is dus ‘gevoelige verledens’.
 
De bijdragen van Van Boxtel c.s. laten zien dat erfgoed  goede mogelijkheden biedt om vanuit dit domein kortzichtig patriottisme, provincialisme en simplistisch relativisme te overstijgen. Het kan daarmee helpen bij het ontwikkelen van kritisch en genuanceerd historisch denken bij leerlingen.
Meer info (de inleiding staat online): http://www.berghahnbooks.com/title/VanBoxtelSensitive#toc
 
 
 
5 | Twee tips voor de geschiedenisles
Omdat de ‘m’ in de maand zit: twee praktische tips die te maken hebben met metacognitie.
 
1 Toetsanalyse on task on time
Neem aan het einde van een proefwerk een vraag op waarin leerlingen moeten voorspellen hoeveel punten ze gehaald hebben. Wie goed in de buurt zit van zijn of haar werkelijke score, verdient daar een of meer bonuspunten mee.
Het effect van deze ‘ingreep’ is dat leerlingen aan het einde van de toets al hun antwoorden nog eens nalopen om te beredeneren hoeveel van de per vraag te verdienen punten ze hebben gehaald. In heel veel gevallen leidt dat nog tot kleine revisies of aanvullingen – neem alleen al de leerlingen die ontdekken dat ze een vraag of vraagdeel waren vergeten. Dat geldt met name voor leerlingen die de antwoorden in een verwisselde volgorde hebben opgepend (omdat ze zijn begonnen met de vragen die ze in elk geval wisten – op zichzelf een verstandige aanpak).
 
Omdat de punten hier relatief eenvoudig te verdienen zijn, pakken de meeste leerlingen dit serieus aan. Mijn ervaring is dat 60-80 procent van de leerlingen heel goed weet te berekenen hoe ze hebben gescoord.
 
Deze werkwijze kan alleen als op de toets per vraag is aangegeven hoeveel punten te verdienen zijn. Maar dat is eigenlijk een basiseis waaraan iedere toets zou moeten voldoen. [MvR]
 
2 Zelfdiagnose
Laat leerlingen 5-10 dagen voor de toets een zelfdiagnose maken. Maak een tabel met de leerdoelen en laat leerlingen per leerdoel een schaalscore toekennen, van 1 (‘ken/kan ik nog helemaal niet’) tot 5 (‘dit is geen enkel probleem voor mij’). Laat hen daaronder twee of drie conclusies i.c. voornemens formuleren: wat moet ik doen om me zo goed mogelijk op de toets voor te bereiden.
 
Zelfdiagnose staat bovenaan de top 100 van Hattie, je weet wel, die analyse van metastudies naar de leereffecten van allerlei typen interventies. De hierboven variant heb ik getest met docenten die ik begeleidde in hun ontwerponderzoek. De effecten waren verbluffend: de leerlingen die zichzelf vooraf hadden gediagnostiseerd, scoorden opmerkelijk veel beter dan de leerlingen die dan niet hadden gedaan – en de condities waren randomized: ‘blind’ aan de leerlingen van twee klassen toegewezen (dus in beide klassen zaten leerlingen van de experimentconditie gewoon tussen leerlingen van de controlegroep).
 
Het is bijna te mooi om waar te zijn, maar het lijkt er toch echt op dat even serieus stilstaan bij je beheersing van de leerdoelen leidt tot ander (doelgerichter, gemotiveerder) leergedrag. Over de mogelijkheden die je als docent hebt om in de resterende 5-10 dagen nog rekening te houden met wat leerlingen zeggen wel en niet te kunnen, hebben we het dan nog niet gehad; het was hier de zelfdiagnose alléén die dit effect sorteerde.
 
Deze aanpak kan alleen als je heldere leerdoelen formuleert en je lessen ook een serieuze afspiegeling van die leerdoelen zijn. Maar zou dat eigenlijk niet altijd een goed idee zijn?  [MvR]
 
 
Ook de nieuwsbrief ontvangen? Of wilt u zich uitschrijven? Dat kan via de website. Wilt u uw emailadres wijzigen? Schrijf dan het oude emailadres uit en het nieuwe in.